BEKWAAMHEID (n. f.)

APTITUDE (fra.) · APTNESS (eng.) · BEGABUNG (deu.) · DON (fra.) · FÄHIGKEIT (deu.) · GESCHICKLICHKEIT (deu.) · TALENT (fra.)
TERM USED IN EARLY TRANSLATIONS
/ · APTNESS (eng.) · BEQUEM (deu.) · CONVENIENT (eng.) · GÉNIE (fra.) · GESCHICKLICHKEIT (deu.)

FILTERS

LINKED QUOTATIONS

4 sources
6 quotations

Quotation

Soo en behoeft oock niemant alhier te dencken dat de eerste beginselen deser Konst uyt de Konst voordt komen, want het een gift der nature is datmen dese bequaemheydt in sich ghevoelt: dies staet het oock met onse saecken heel wel, dat die eerste saedt door de Konst kan worden op ghequeeckt ende vermeerdert; want dat het ons door de Konst in ghestort soude worden, is t’eenemael onmoghelick.

[Suggested translation, Marije Osnabrugge:] Also no one here has to think that the first principles of this Art originate in the Art, because it is a gift of nature one feels the ability in himself: this is also good for our case, that the first seed can be cultured and augmented by Art; because if it were deposited into us by Art, that is at once impossible.

This section is not present in the first Latin edition (1637). Junius relates that the artist receives ‘bekwaamheid’ (ability) from nature (and not from art itself). Furthermore, it is connected foremost to the first principles of art.

term translated by APTNESS in JUNIUS, Franciscus, The Painting of the Ancients, in Three Bookes : declaring by Historicall Observations and Examples, the Beginning, Progresse, and Consummation of that most Noble Art. And how those Ancient Artificers attained to their still so much admired Excellencie. Written first in latine by Franciscus Junius, F. F. And now by him englished, with some Additions and Alterations, trad. par JUNIUS, Franciscus, London, Richard Hodgkinsonne, 1638., p.45-46

Conceptual field(s)

L’ARTISTE → qualités

Quotation

De opperste volmaecktheyd der Schilderyen is voornaemelick daer in gheleghen, dat dese vijf hoofd-stucken malckander in ’t werck soo vriendelick ontmoeten en soo wel met malckander over een draghen, datse door haeren onderlinghen eendraght een sekere soort van aenghenaemheyd ofte welstandigheyd (die ghemeynlick de Gratie ende Bevalligheydt der Schilderyen ghenaemt wordt) ’t saementlick uytstorten: Soo en is oock dese Gratie in haeren eyghen aerd anders niet, dan een soete en gantsch vriendelicke over een stemmige van allerley volmaecktheden in een stuck wercks op een ghehoopt: Het is de beste versaemelingh van d’aller beste dinghen. […] Ghemerckt dan dat de gheestigheyd der Inventie ons ghemoed soetelick plaght te verlocken, dat de nettigheyd der Proportie onse ooghen vaerdighlick plaght tot sich te trecken, dat de bequaemheyd der verwen onse fantasie door een aenghenaem bedrogh seldsaemlick plaght te beguychelen, dat de levendigheyd des Roersels onse ziele kraghtiglick plaght te verrucken dat de ordentelickheyd der schickinghe onse sinnen op een gantsch wonderbaerlicke wijse plaght te belesen; hoe en sal doch die Schilderye gheen sonderlinghe kracht in onse herten uytstorten, daer in sich alle dese hoofd-stucken eensaementlick laeten vinden:

[Suggested translation, Marije Osnabrugge:] The highest perfection of the paintings lies foremost therein, that these five chief principles meet eachother so pleasantly in the work and coincide so well with eachother, that they extent a certain kind of agreeability or convenance (which are commonly called the Grace and the Charm [NDR: both would be translated as Grace in English] of the paintings): As such this Grace is nothing else in nature, than a sweet and rather friendly harmony of all sorts of perfections combined in one piece of work: It is the best collection of the very best things (…) Seen that the spirit of the Invention tends to sweetly seduce our mind, that neatnes of the Proportion tends to capably pull our eyes towards it, that the adequate use of colours tends to confuse our fantasy extraordinarily by a pleasant deceit, that the liveliness of the mouvement tends to enchant our soul powerfully, that the order of the composition tends to instruct our senses in a rather miraculous way; how than can the Painting not spread a remarkable power in our hearts, in which all these principles can be found together:

While moving towards the conclusion of the third Book, Junius explains that the perfection (volmaaktheid) of an art work lies in the agreement (overeenstemming) of the five chief principles (hoofdstuk), as described in the previous chapters. He uses different terms for this perfection: aangenaamheid (agreeability), propriety (welstand), grace (gratie), charm (bevalligheid). He goes on to list the most perfect state of the different principles: spirit (geestigheid) of invention, neatness (netheid) of proportion, an adequate use (bekwaamheid) of colours, liveliness (levendigheid) of the movements and order (ordentelijkheid) in the composition. In the English edition, this term is described as 'the aire of the picture'. [MO]

term translated by / in JUNIUS, Franciscus, De pictura veterum libri tres, Amsterdam, Joannes Blaeu, 1637., p.197
term translated by CONVENIENT in JUNIUS, Franciscus, The Painting of the Ancients, in Three Bookes : declaring by Historicall Observations and Examples, the Beginning, Progresse, and Consummation of that most Noble Art. And how those Ancient Artificers attained to their still so much admired Excellencie. Written first in latine by Franciscus Junius, F. F. And now by him englished, with some Additions and Alterations, trad. par JUNIUS, Franciscus, London, Richard Hodgkinsonne, 1638., p.321-322

Conceptual field(s)

EFFET PICTURAL → qualité des couleurs

Quotation

Maar op dat wy oock een groot gedeelte van onsen korten doch Kostelijcken tijdt souden aenleggen, om heerlijcke Konsten en wetenschappen, tot nut van het gansche Menschdom uyt te vinden, die te Oeffenen, en oock aen andere, na het Talent van bequaemheyt dat yeder is toebetrouwt, door maniere van onderwijsingh mede de deelen; gemerckt dit alleen voor den Menschen een eygen en van God ontfangen goet is, {’t Soecken van Konst ende Wetenschap is den Mensch onder alle Schepselen alleen gegeven.} dat hy door de Deught en Reden alle ongetemde harts-toghten bedwingen, en met een goede Order sijnen Geest, beneffens het soecken van ’t eeuwige goet, bestieren kan, tot aenleydingh alle vrye Konsten; sonder welcke gave te besitten, het onmogelijck ware, seeckerlijck te weten hoe verre ons den Maecker van alles boven de onredelijcke Beesten gestelt hadt.

[suggested translation, Marije Osnabrugge:] But in order that we would also use a large part of our short yet valuable time, to invent delightful Arts and sciences, useful for all Humanity, practice them and also convey them to others – based on the Gift of competence that is given to everyone – by means of education; as this is only for Men a proper and God-given blessing, {Seeking Art and Science is only given to Man amongst all Creatures.} which he can evolve by constraining all wild passions through Virtue and Reason and with a good Order of his Mind, besides searching the eternal blessing, to reach all liberal Arts; lacking this gift, it would be impossible to know for certain how far the Creator had placed us above the unreasoning Animals.

Conceptual field(s)

L’ARTISTE → qualités

Quotation

Indien daar eenige beminnelijke wetenschap waar, in welk een verstandig en geleerd Schilder op ’t minste mogt onkundig bevonden werden, ten magh hem op ’t nauwste genomen, aan geen gedeelte van de Menschkunde hapere: want behalven het onwaardeerlijk nut van dat al de voornaamste wetenschappen uyt de selve ontfangen, soo leyd’t ‘er opsigt van de algemeene Schilderkonst, een volstrekte noodwett, die sonder eenige bewimpeling of verschooning, all Teykenaars, Schilders, Beeldhouwers, Giet oeffennaars, en die verstandelijk van der selver Konstwerken willen spreken; {Menschkunde is den Schilders ten uyterste nut.} ten uitersten verpligt, grondige kennis te hebben, van de ware Schoonheyd der Mensch Beelden: en hoedanig de maatredige Proportie moet geschikt zijn tot de bediening der Ledematen; op dat die in en onder de beweging, welk tot de doening der Actien; en tot de zienelijke uitdrukking der Passien ver-eyst werd, wel bestuurd mogte werden. Gelijk ook de kennis van de uitwendige gestalte en koppeling der Beenderen […] Invoegen wy onbeschroomd durven seggen, dat een Konstenaar die sich hier in t’eenemaal onkundig en verlegen vind, niet de minste grondvest kan hebben, waar op hy sich selven voor een groot meester in de Schilderkonst kan uitgeve; gelijck hy ook geen bequaamheyd sal konnen hebben, om van de stelling of ware schoonheyd der Beelden, verstandelijk te redeneeren.

Conceptual field(s)

L’ARTISTE → qualités

Quotation

Tien jaar om het verstand te rypen, en den geest op te wekken, is twee en twintig. Tien jaar om het leeven te onderzoeken en t’ordineeren, is twee en dertig; dan noch tien om uit te munten in ’t algemeen, zo in Theorie als Practyk, maakt zaamen twee en veertig, die nu vyftig, en meer bereiken kan, zyn de jaaren om een doorlugtigen naam, eer en geld te verkrygen. Zo is ’t dat ik de koers gereekent, of liever verdeeld heb, van een braaf Schilder, of Konstenaars leeven. Doch den Heemel beschikt het naar zyn welgevallen, helpt den eenen wat vroeg, en den anderen wat laater, absque ingenio, labor inutilis, dat is, zonder bequaamheid is ’t vergeefs gearbeid. Dierhalven zo leert ons de ervarentheid, dat de alderbeste middelen om in de Teekenkonst te vorderen is, wanneer men jong zynde, een bequaame geest, goed onderwys, en een volstandige naarstigheid heeft: waar van de laatste, de moeielykste dingen, gemakkelijk doet worden.

[suggested translation, Marije Osnabrugge:] Ten years to ripen the mind and incite the spirit, makes twenty-two. Ten years to investigate the life and to compose, makes thirty-two; then another ten to excel in general, both in Theory and Practice, makes forty-two, he who can reach fifty, which are the years to obtain an illustrious name, honour and money. This is how I count, or rather divide, the course of the life of a good Painter or Artist. Yet the Heaven determines it to its own desire, helps one [ndr: artist] a bit early, the other somewhat later, absque ingenio, labor inutilis, that is: without aptitude labour is in vain. Therefore the experience teaches us, that the best means to advance in the Art of Drawing is to have an adequate spirit, good instruction and enduring diligence: the latter makes the hardest things easy.

term translated by BEQUEM
term translated by GÉNIE

Conceptual field(s)

L’ARTISTE → qualités

Quotation

Het is een gewenste zaak, wanneer Jongelingen hun bekwaamheid kunnen begrypen en hun verstand weeten te gebruiken, het goed en voordeelige van het kwaad te onderscheiden: daar in tegendeel, wanneer zy die groote gaaf misbruiken, het dikwils komt te gebeuren, dat zy ongevoelig aan het einde van ’t verkeerde pad geraken, en menigmaal hun ramp niet gewaar worden, voor het te laat is.

[suggested translation, Marije Osnabrugge:] It is desired, when young men understand their talent and know how to use their mind, to distinguish the good and beneficial from the bad: however, when they misuse this great gift, which happens frequently, they unwittingly end up at the end of the wrong path and oftentimes are unaware of their affliction before it is too late.

gave

term translated by GESCHICKLICHKEIT

Conceptual field(s)

L’ARTISTE → qualités