VERSTANDIG (adj.)

GIAMBOLOGNA, Rape of the Sabine women, Florence, Loggia dei Lanzi, 1582
PHIDIAS, Jupiter en Minerva, antique sculpture (dans GOEREE 1682, p. 35-36)
INGÉNIEUX (fra.) · INGENIOUS (eng.) · VERNÜNFTIG (deu.) · VERSTÄNDIG (deu.)
TERM USED IN EARLY TRANSLATIONS
JUDGEMENT (eng.) · VERSTÄNDIG (deu.)

FILTERS

LINKED QUOTATIONS

4 sources
10 quotations

Quotation

Tymanthes, verstandigh : in zijn werck was altijts eenighen verborghen sin oft meyninghe.

[D'après NOLDUS 2008, p. 5-7:] Timanthe était intelligent : dans ses œuvres, il y avait toujours un sens caché.

Conceptual field(s)

L’ARTISTE → qualités

Quotation

14 Oft tammighen onaerdt wil ons ontpaeyen,
Dus moetmen op veelderley wijse pooghen
Ter beste welstandicheyt t’hooft te draeyen,
Want sulcx can gantsch bederven oft verfraeyen
Den aerdt eens Beeldts, in verstandighen ooghen :
Doch gheen omdraeyen is wel te ghedooghen
Aen gheestlijcke Beelden, die men op’t beste {Geestelijcke Beelden hoeven niet veel omdraeyen des hoofts.}
Soeckt te maken devotich en modeste.

[D'après NOLDUS 2008, p. 52:] 14 Sinon, une fadeur dénaturée nous déplaira. Il faut donc essayer, de multiples façons, de tourner la tête au mieux selon la bienséance, car ainsi, on gâche ou embellit complètement l’aspect d’une Figure, aux yeux des connaisseurs. Mais aucune torsion n’est vraiment acceptable pour des Figures religieuses qu’on essaye de rendre {Des figures religieuses n’ont pas besoin que la tête tourne beaucoup.} le plus contemplatives et modestes possible.

Conceptual field(s)

L’ARTISTE → qualités

Quotation

De Teyckeningen, Schetsen, ende Printen, moetmen in ’t sien met het verstant ende niet met handt ende ooge gebruycken om daer stucken ende brocken uyt te stelen, {Recht gebruyck der Print-Konst.} veel min om die geheel na te apen (al-hoe-wel dat oock zijn nuttigheyt heeft wanneer ’t wel wort aengeleyt, gelijckw’in onse Teycken-Konst leeren,) ende blijven alsoo geduerlijck door den Bril van een ander kijcken. Maer neen, men moet alleen de deughden, als fraye maniere van ordineeringhe, Teyckeningh, geestige gedachten ende verstandighe opmerckingen, door het besien, hersien, bedencken, overleggen ende herkauwen, trachten in sijn gemoet te drucken, ende daer in, met dickwils eraen te dencken, bewaren; invoegen sy door het toedoen van uwen Geest, niet meer eenes anderen, maer in U eygen vindingen verandert worden: Ten eynde sy oock in het ordineeren, t’samenstellen, ende vercieringen van uwe inventien als wijse Raets-mannen souden konnen dienen. Ende op dese maniere salmen vol van gedachten, vlugge van ordinnantie, rijp ende overvloedigh van Schilderachtige stoffe werden:

[suggested translation, Marije Osnabrugge:] In observing the Drawings, Sketches and Prints, they should be used with the mind and not with the hand or eye to steal bits and pieces from it, even less to ape it entirely (although this also has its use when it applied well, as we teach in our Teycken-Konst,) {The right use of the Art of Print.} and they will continue to look through the Glasses of someone else. But no, one should aim to only impress the virtues, such as the lovely manner of composition, Drawing, clever thoughts and wise observations in his mind by looking, looking again, reasoning, deliberating and ruminating, and all this by repeatedly thinking about it, preserving; as such they will be turned into your own discoveries by the functioning of your Mind, and not those of someone else: So that they may serve as wise Councilors in the composing, ordering and decorating of your inventions. And this way one will become full of thoughts, quick of composition, mature and abundant of Painterly matter:

Conceptual field(s)

L’ARTISTE → qualités
SPECTATEUR → perception et regard

Quotation

Eyndelingh soo moetmen neffens alle ‘t gene voorseyt is, voornamentlijck tot het Schildern, arbeyden om grondigh den aert, kracht en vermogen der Verwen, Olyen en Vernissen, ontrent het Coloreeren te kennen, die oock wel ende veranderlijck te ordineeren, ende na vereys van saecken, aengenaem ende met modestie op sijn jyste plaets wel te schicken en natuerlijck aen yder dingh toe te eygenen; {Aert der Verwen moet verstaen worden.} ten eynde men niet en late blijcken, datmen sich opde schoone Coleuren verlaten, of de ware Deught van sijn Tafereel door een enckel Verwengepronck gesocht heeft. Van gelijcken moetmen weten, hoemen de Verwen, soo in het Doodt-Verwen als in ’t Op-Schilderen sal temperen, handelen en aenleggen, en hoedanigh deselve helder, gloeyent, ende schoon op den ander komen te decken, ende sich mackelijk Schilderen laten: {Handelingen der Verwen moet verstaen worden.} invoeghen sy verstandigh ghehandelt en playsant gecololeert [sic, ndr.] moghen schijnen.

[suggested translation, Marije Osnabrugge:] At last one should, besides all that has been said thus far, for Painting one should principally work to thoroughly know the nature, power and capacity of the Colors, Oils and Varnishes, with regard to coloring, also knowing how to compose these well and with variety, and pleasantly and modestly placing it on the right place and apply it to each thing in a natural way after the demand of the case; {The nature of the Colors should be understood.} so that one does not show that one has leaned on the beautiful colors or has based the Virtue of his Painting only by the splendor of colors. Similarly one should know, how to mix, treat and apply the colors, both in the dead-coloring and in finishing, and how they will cover the other [colors] in a clear, glowing and beautiful [way] and let them be applied with ease: { The handling of the colors should be understood.} so that they may appear wisely treated and pleasantly colored.

Conceptual field(s)

EFFET PICTURAL → touche

Quotation

Verstaen hebbende alle de noodige kennissen ende wetenschappen die een verstandigh Schilder moet trachten te besitten, ende sich eygen te maecken, soo kan nu wel eenighsins gegist werden, hoe het by komt datter soo weynige tot de Volmaecktheyt van een Universeel Meester konnen geraecken; {Waerom so weynige groote Meesters worden.} gemerckt menige na veel arbeyts eerst beginnen te sien watter tot de Geleertheydt van een groot Meester in de Schilder-Konst vereyst wert; haer een oneyndigh getal van swarigheden ontrent de Konst-regelen practiseerende, die haer onmogelijck schijnen oyt te sullen beseffen, invoegen sy al suchtende onder dien last, van vreese wederom te rugge loopen, of veranderen door ’t beschouwen van dit in-ghebeelde Medusaes hooft, in een steen van wanhoop ende leyheyt, alsoo datse blijven diese zijn en waren, dervende uyt schrick voor de kennis die de volmaecktheyt vereyst niet een voet versetten, om een ander voorby te stappen. Doch dit alles en behoorde een verstandigh Constenaer niet af te weeren, of schoon vele de rechte Meesterschap niet en koment te treffen, maer veel eer aen te manen: {Wat dit ontrent een Leergierigh gemoet behoorde te doen.} want hoe de wetenschap eener Konst minder gemeen is, hoese heerlijcker in de oogen aller Menschen uytmunt; en ofwe schoon de volmaecktheyt van een Konst niet en konnen bekomen, soo isset niet te min loffelijck, een Trap of twee hooger gestegen te zijn dan een ander: Ja al wetenwe dat andere groote Reusen in Meesterschap zijn geweest ten opsicht dat wy maer kleyne Mannekens en zijn, en dat sy veele en verre dingen hebben konnen sien, soo moetmen evenwel door neerstigheyt op hare schouderen sien te klaveren, op datmen, ware het mogelijck, noch een weynigh verder moghte sien dan sy gesien hebben.

[suggested translation, Marije Osnabrugge:] Having understood all the necessary knowledge and sciences that a wise Painter should try to possess, and obtain, we can easily guess why it is that so few can reach the Perfection of a Universal Master; {Why so few become great Masters.} seen that many only begin to understand after a lot of work what is necessary for the Wisdom of a great Master in the Art of Painting; practicing an eternal number of difficulties regarding the rules of art, which seem impossible to him to ever comprehend, as such they will again step back or change after seeing this imaginary head of Medusa, in a stone of despair and stoniness , so that they remain who they are and were, not moving a foot out of fear for the knowledge that is necessary for perfection, to pass by someone else. Yet all of this should not keep a sensible Artist away, as many will not reach the true Mastery, but rather only touch upon it: {What this should mean for a inquisitive mind.} because the more the science of an art is less common, the more delicious it excels in the eyes of all Men; and although we cannot obtain the perfection of an Art, it is nonetheless praiseworthy, to have reached a step or two higher than another: Yes although we know that others have been great Giants in Mastery and that we are but small little men in comparison, and that they have been able to see many and far things, as such one should try to climb on their shoulders through diligence, so that one, if possible, may be able to look a little further than they have looked.

Conceptual field(s)

L’ARTISTE → qualités

Quotation

{Hoemen hem in ’t Schetsen en nader opstellen sal dragen.} En dat eerstelijck vande Schets, met het welck gy oock eerstelijck uwe dingen, het zy in wat manniere van Teyckeningh, Geestigh, Luchtigh, doch verstandelijck moet beworpen, en daer na met opmerckingh, volgens ’t gene wy daer van hebben aengewesen, deselve Corrigeeren en in ’t net stellen, alsins sich gewennende de voornaemste Schaduwtjens en Douwtjens met de Kool, in ’t nader op-stellen Meesterachtigh aen te wijsen, op dat ghy U vande stellinghe beter soud’ moghen verseeckeren: (…) {Vande ommetreck.} Na welke men moet beginnen Om-te trecken, en daer in voor al wel acht gheven op de Eeligheydt van de ommetrecken, om die ter rechter plaets te schicken met bewaringh van Parthyen;

[suggested translation, Marije Osnabrugge:] {How one should behave in Sketching and further composing.} And first about the Sketch, with which you also firstly should design your things, in which manner of Drawing, Spirited, Loose, yet wisely, and afterwards with observation, following that which we have said about it, correct it and compose it neatly [ndr: in a finalized form], making a habit out of pointing out masterfully the main Shadows and mouvements [ndr: uncertain translation!] with Charcoal, in the improved composition, in order to better determine the composition: (…) {About the contour.} After which one should start to make the contours, therein paying utmost attention to the Nobility of the contours, to place them at the right spot in line with the Parts;

Conceptual field(s)

L’ARTISTE → qualités

Quotation

Indien daar eenige beminnelijke wetenschap waar, in welk een verstandig en geleerd Schilder op ’t minste mogt onkundig bevonden werden, ten magh hem op ’t nauwste genomen, aan geen gedeelte van de Menschkunde hapere: want behalven het onwaardeerlijk nut van dat al de voornaamste wetenschappen uyt de selve ontfangen, soo leyd’t ‘er opsigt van de algemeene Schilderkonst, een volstrekte noodwett, die sonder eenige bewimpeling of verschooning, all Teykenaars, Schilders, Beeldhouwers, Giet oeffennaars, en die verstandelijk van der selver Konstwerken willen spreken; {Menschkunde is den Schilders ten uyterste nut.} ten uitersten verpligt, grondige kennis te hebben, van de ware Schoonheyd der Mensch Beelden: en hoedanig de maatredige Proportie moet geschikt zijn tot de bediening der Ledematen; op dat die in en onder de beweging, welk tot de doening der Actien; en tot de zienelijke uitdrukking der Passien ver-eyst werd, wel bestuurd mogte werden. Gelijk ook de kennis van de uitwendige gestalte en koppeling der Beenderen […] Invoegen wy onbeschroomd durven seggen, dat een Konstenaar die sich hier in t’eenemaal onkundig en verlegen vind, niet de minste grondvest kan hebben, waar op hy sich selven voor een groot meester in de Schilderkonst kan uitgeve; gelijck hy ook geen bequaamheyd sal konnen hebben, om van de stelling of ware schoonheyd der Beelden, verstandelijk te redeneeren.

[suggested translation, Marije Osnabrugge:] If there is one admirable science in which a reasonable and learned painter should least be found ignorant, he should at least not lack any principle of the Anatomy: because besides the unquestionable use that all the main sciences receive from it, with regards to the general Art of Painting an absolute law that obliges, without any disguise or palliation, all Draughtsmen, Painters, Sculptors, Casters, and those who want to talk wisely about these Artworks; {Anatomy is very useful to the Painters.} to have a profound knowledge of the true Beauty of human figures: and how the balanced Proportion should be applied for the use of body parts; such that they will be moved appropriately in the movement that is necessary for the actions and for the visible expression of the passions. Like the knowledge of the external posture and ligaments of the bones […] We dare to boldly add, that an Artist who finds himself at once lacking and confounded in this, cannot have the smallest base, on which he can claim to be a great master in the Art of Painting, just as he cannot have any capacity to speak judiciously of the posture or true beauty of figures.

geleerd

Conceptual field(s)

L’ARTISTE → qualités

Quotation

So isset boven alle ’t gene geseyd is ook misgetast te meenen datmen alleen door veel na het leven te Teyckenen (en dat even soo als ’t ons voorkomt te volgen) tot de voorgestelde trap der ware Menschkunde kan komen: want na dienmen met onbereyde oogen en zinnen, tot het Leven komende, veel dingen in het leven niet en kan sien, om dat noch door een bysondere voorbereydinge de oogen niet open gedaan zijn, (of soo mense ziet, niet verstaat watse in dat geval daarmense ontwaar werd, voor dienst en werking hebben) soo gebeurd het datmense onkundig en onseker aantast; en dickmaal stilstaande spieren ’t onregt in haar uyterste vermogen, en sterck werckende in een gemeene, of geheel niet werkende stand aansiet en vertoond. […] Waarlijck, L. de Vincy en taste niet geheel mis, als hy seyde dat de Schilders welcke naakte beelden buyten de grondige ervarentheyd der Menschkunde schilderden, niet anders dan de opperste huyd der beelden maakten, maar niets van het Beeld self, nog yets dat aan sijn werckelijcke actien of inwendige geest deelachtig is. Men leeft van seker verstandig meester die van sijn leerlingen niet alleen begeerde dat sy in het ondersoeken der muskelen die souden afteyckenen, en by geschrifte aanteekenen wat Spieren en Pesen sich in yder lit volgens sekere bepaalde actien en bewegingen lieten sien of verscholen of het meeste werk, of niet met allen deeden; {Naukeurige maniere om den aart der muskelen te verstaan.} maar hy begeerde selfs datse ontrent de lichaamtjes der kleyne kinderen, van haar geboorte aan tot hun volle wasdom en van daar tot haar hoogste jaren, door alle trappen des ouderdoms en verandering die in yder lit en in de samenvoegselen valt, souden opschrijven, welcke dicker, welke vetter, en welcke magerder wierden; en met welck een onderscheyd, sy in d’een en d’ander staat en stand te kennen waren; ’t geen waarlijck een groote ervarentheyd heeft te weegh gebracht.

[suggested translation, Marije Osnabrugge:] Besides all that has been said it is also a mistake to think that one can only reach the envisioned step of true Anatomy by drawing a lot after life (and imitate it this just like it appears to us): because since one, approaching Life with unprepared eyes and senses, cannot see many things in life, because the eyes have not been opened by a special preparation, (or, if one can see them, will in that case not understand what function and action they have) as such it happens that one ruins them through incapably and uncertainly; and often see and show unmoving muscles in their uttermost power, and forcefully working [muscles, ndr.] in a common, or completely silent posture. […] Truly, Leonardo da Vinci was not completely mistaken, when he said that the painters who painted the naked figures without a profound experience of Anatomy, made nothing but the epidermis of the figures, but nothing of the figure itself, nor something that had to do with his true actions or internal mind. There was a certain wise master who did not only ask from his pupils that they would draw the muscles while they were studying them and note by writings which muscles and tendons showed or hid themselves in each limb with certain actions and movements or which did the most work or not with all; {Precise manner to understand the nature of muscles.} but he even wanted them to write about the little bodies of small children, from their birth until their full maturity and from that moment until their old age, through all the different ages and change that happens in each limb and in their assembly, which one became thicker, which fatter, which leaner; and with which difference they could be seen in one or another state or posture; which has truly instilled a great experience.

Conceptual field(s)

L’ARTISTE → qualités

Quotation

Welke Oeffening den Schilder niet alleen een getrouwe hulp-Suster sal ’t zijn in ’t volgen van het natuurlijk Leven, maar sy sal hem voor een ervare Meesteres konnen dienen, wanneer hy ’t Leven moet derven; om door de beseffing van een ware ingebeelde Schoonheyd sijn geest soodanig te onderwijsen, en sijn hand soo verstandig te bestuuren, dat hy de voorgestelde Schoonheyd uyt de volle Bron-ader van sijn gemoet, als met volle stroomen op den Schilder-doek sal konnen uytgieten. Waarlijk d’uitdrukking van de Schoonheyd kan door de sterke Inbeeldingskracht merkelijk verbeterd werden. Van den grooten Phydias werd verhaald, dat als hy het Beeld van Jupiter en Minerva maakte, dat hy sijn oogen op niemand sloeg daar hy die gelijkenis uyt ontleende, maar dat hy sijn gemoed het Voor-beeld van een seer uytgelesen Schoonheyd kragtelijck voor stelde, op ’t welk hy de oogen van sijn verstand, soo stantvastelijk gevesigt hield, dat hy sijn hand en sijn Konst, sonder eenige afwisseling, na de gelijkenis des selven Voor-beelds bestuurd heeft. De Oude hebben seer wel gesien, dat de Schoonheyd selden volkomen te bekomen was, doch dat en schrikten haar niet af; {De uyterste Schoonheyd vint men selden of noyt in een mensch volkomen.} maar sy wierden des te meer aangeset om door alle betamelijke middelen, en voornamelijck door de Verbeeldens-kragt, haar selven die kragtelijck in te boesemen. Den geleerden Junius heeft menige puyk-staaltjes hier van opgehaalt, die niet en behoorden onbekent te zijn. […]

[suggested translation, Marije Osnabrugge:] This Practice will not only be a loyal assistant to the Painter in the imitation of the natural Life, by she will serve him as an experienced Mistress, when Life is lacking him; by instructing his mind so much through the sense of a true imagined Beauty and by guiding his hand so wisely, that he will be able to pour the imagined Beauty from the source of his mind in full streams on the Canvas. Truly, the expression of Beauty can be significantly increased by the strong Power of Imagination. It is said of the great Phydias, that when he made the Statue of Jupiter and Minerva, he did not cast his eye on anyone from whom he borrowed their likeness, but that he imagined the Example of the very exquisite Beauty powerfully in his mind, on which he held his mind’s eye so steadily focused, that he has guided his hand and his Art, without any distraction, after the likeness of this Example. The Old have noticed very well, that beauty is seldom to be obtained perfect, but this did not chase them away; {The utmost Beauty is seldom or never to be found in one entire person.} rather they were even more stimulated to procure her by all means necessary, and especially through the power of imagination. The learned Junius has evoked many excellent examples of this, which should not be unknown. […]

PHIDIAS, Jupiter en Minerva, antique sculpture (dans GOEREE 1682, p. 35-36)

Anciens (les)
JUNIUS, Franciscus
PHIDIAS

Conceptual field(s)

L’ARTISTE → qualités
CONCEPTS ESTHETIQUES → génie, esprit, imagination

Quotation

Gelijk dan ook eenige Geleerde sommige vermaarde Schilders, als Raphel d’Urbin en Michel Angelo en andere hebben berispt, datse Adam met eenen Navel in hare Schilderyen vertoond hebben. Doch de Reden, die wy aangaande de Borsten en Tepels hebben by gebragt, welk soo wel aan de Mannen als aan de Vrouwen zijn gegeven, op dat het Menschelijk Geslagt malkander op ’t uyterste sou mogen gelijk zijn, kan onses agtens de Questie genoegsaam goed maken.
Het schijnd ons eenigsints toe dat den Navel, de Schoonheyd van den Buyk seer helpt vermeerderen, insonderheyd wanneer die niet te groot uyt puylende, nochte te diep puttig ingevallen is. ’t Past de Schilder-Kunst seer wel, datter een bysondere Properheyd aan den Buyk van Maagdelijke Vrouw-beelden werd waar genomen; Gelijk sulx ook by d’Antyken wel verstaan is. {Buyk geeft veel Schoonheyd aan een Vrouw-beeld.} En Jan de Bolonje heeft in het Maagdelijk Beeldeken van sijn Sabinse Roof ook getoond hoe veel Schoonheyd de wel Geproportioneerden en Eelen omtrek van den Buyk, tot een naakt Vrouw-beeld toe brengen kan. Om in de Schilder-Konst alles te volgen dat natuurlijk is, soumen den Buyk van een Moeder-Vrouw, dat is, die gebaard heeft, de Schoonheyd van een Maagdelijke Buyk niet mogen toevoegen: Doch den Schilder moet soo verstandig zijn, dat hy al wat ongracelijk in ’t Oog is, zedelijk bedekke, of willens voorby gaat: Wetende dat de Dingen die in ’t Leven selfs haar Schoonheyd verlooren hebben, hun niet al te voegsaam vande Teyken-Konst laten behandelen;

[suggested translation, Marije Osnabrugge:] Like some Scholars have scolded some famous Painters like Raphael of Urbino and Michelangelo, that they have portrayed Adam with a Navel in their Paintings. Yet we believe that the Reason, which we have offered regarding the Breasts and Nipples, which are given to both Men and Women, in order that the Human Species would resemble each other as fully as possible, can resolve the question sufficiently. It somehow seems to us that the Navel, helps to enhance the Beauty of the Stomach a lot, especially when they turn out not to big and bulging, nor to deep. It suits the Art of Painting very well, that a special Pureness is observed for the Stomach of the figures of Female Virgins; As it is well conceived by the Ancients. {The Stomach gives much Beauty to a female figure.} And Giambologna has also shown in the small Virgin Figure of his Rape of the Sabine Women how much Beauty the well-Proportioned and Noble contour of the Stomach can add to a nude Female figure. To follow all natural things in the Art of Painting, one should not give the Beauty of a Virgin Stomach to the Stomach of a Mother, who has given birth that is: Yet the Painter should be so sensible that he modestly covers up all that is ungraceful in the Eye, or ignores it consciously: Knowing that the Things which have lost their Beauty in Life itself, are not treated agreeably by the Art of Drawing;

GIAMBOLOGNA, Rape of the Sabine women, Florence, Loggia dei Lanzi, 1582

Conceptual field(s)

L’ARTISTE → qualités