NICIAS ( 2e moitié du IVe siècle av. J.-C. )

NICIAS ( 2e moitié du IVe siècle av. J.-C. )

Quotation

Nicias, beesten, besonder Honden.

Quotation

{Athenion.} ATHENION of Marona, Disciple of Glaucion, was a Man of very good Skill, and tho’ his Way of Colouring seem’d somewhat dry, and not altogether so agreeable (he not affecting the Gaudery of Colours) yet his Works were throughly Painted, and he maintain’d the full Vigour and Strength of his Lights and Shadows, which, with his unwearied Endeavours, and Re-search after every Thing that was Excellent and Worthy of his Knowledge in the ART, render’d him equal in Esteem with Pausius and Nicias, and had he not unhappily died in his Youth, in the Opinion they had of him, he had become a most excellent and extraordinary Man.

Quotation

Nae de vleeschachticheit volgt de ronding. Hier in wiert Nisias by d'ouden boven andere geprezen, want zijn dingen stonden ofze verheven en half rond waren geweest. De ronding waenen eenige door harde en zwarte schaduwen en blinkende lichten, die zy hoogselen noemen, te weeg te brengen, maer zoodanige naekten schijnen eer van metael, dan zacht vleesch te zijn: of ten minsten vertooningen van kaerslicht. De beste Schilders hebben de ronding eer door poezele zachticheit, dan door gewelt te weeg gebracht: want het natuerlijke naekt rond zoo wel in een gemeen licht, als in een al te gedwonge strael, en beter, wanneer 't het licht van vooren, als te snel van ter zijden ontfangt. Want de ronding is niet anders, als een omwijkende vermindering.

Quotation

{In welchen Studen jeder von den Alten oder antichen bäst qualificirt gewesen.} Es ist dieses bey unserer Kunst gewöhnlich/ auch so wol an den antichen/ als modernen/ zu ersehen/ daß der eine in einem/ der andere in etwas anders/ die wenigsten in allem/ excelliret und Meister gewesen. {Die Griechen.} Dann Apollodorus legte sonderlich der Schönheit zu. Zeuxis machte zu große Köpfe/ ware aber ein künstlicher Obst-Mahler. Eumarus gewöhnte sich/ alles nach dem Leben nachzubilden. Protogenes konte erstlich nur Schiffe mahlen. Apelles war in allem zierlich. Parrhasius ware gut in seinen Umrißen; Daemon, reich von invention; Timanthes verständig in allen seinen Werken/ auch immer verborgenen Sinns und Meinung; Pamphilus, gelehrt; Nicomachus, geschwind; Athenion, tieffsinnig; Nicophanes, sauber und nett; Amulius schön mit Farben; Pausias, munter in Bildung der Kinder und Blumen; Asclepidorius gut in dem messen und in den proportionen; Amphion, von Anordnung, Serapio, vernünftig in großen; Pireikus, in kleinen Sachen; Antiphilus in klein- und großen ; Dyonisius, konte nur Menschen mahlen; Euphranor, alles; Nicias, Thiere/ besonderlich Hunde. Nicophanes, konte wol nach-copiren/ und war in seinen Werken sauber; Mechophanes zu rauh in den Farben; Nealces, gut im ausbilden; Aristides, in affecte ; Clesides, nach dem Leben ; Ludius, in Landschaften.

Quotation

Nae de vleeschachticheit volgt de ronding. Hier in wiert Nisias by d'ouden boven andere geprezen, want zijn dingen stonden ofze verheven en half rond waren geweest. De ronding waenen eenige door harde en zwarte schaduwen en blinkende lichten, die zy hoogselen noemen, te weeg te brengen, maer zoodanige naekten schijnen eer van metael, dan zacht vleesch te zijn: of ten minsten vertooningen van kaerslicht. De beste Schilders hebben de ronding eer door poezele zachticheit, dan door gewelt te weeg gebracht: want het natuerlijke naekt rond zoo wel in een gemeen licht, als in een al te gedwonge strael, en beter, wanneer 't het licht van vooren, als te snel van ter zijden ontfangt. Want de ronding is niet anders, als een omwijkende vermindering.

Quotation

Nae de vleeschachticheit volgt de ronding. Hier in wiert Nisias by d'ouden boven andere geprezen, want zijn dingen stonden ofze verheven en half rond waren geweest. De ronding waenen eenige door harde en zwarte schaduwen en blinkende lichten, die zy hoogselen noemen, te weeg te brengen, maer zoodanige naekten schijnen eer van metael, dan zacht vleesch te zijn: of ten minsten vertooningen van kaerslicht. De beste Schilders hebben de ronding eer door poezele zachticheit, dan door gewelt te weeg gebracht: want het natuerlijke naekt rond zoo wel in een gemeen licht, als in een al te gedwonge strael, en beter, wanneer 't het licht van vooren, als te snel van ter zijden ontfangt. Want de ronding is niet anders, als een omwijkende vermindering.

Quotation

37 Maer om bewijsen datter by d’Antijcken
In dese dinghen fraeye gheesten waren
Die in schild’ren en snijden deden blijcken
Hun vlijt mach Pausias hier comen strijcken
Tot exempel die eerst over veel Iaren {Exempel van den antijcken Pausias.}
Schilderde d’Offerhande voor d’Altaren,
Den Ossen om slachten staend’ in’t vercorten,
Daer wist hy zijn Const fraey in uyt te storten.
 
38 In plaetse dats’ ander sijdelings stelden,
En verhooghden, al licht steld’ hy de zijne,
Met den hoofde vooren, en niet oft selden
Verhooghende, maer met diepens ghewelden,
T’ronden en t’vercorten, lustich van schijne, {Exempel van Beesten vercortinghe.}
Bracht hy te weghe sonder groote pijne,
Aerdich boven ander, noch was voorhenen.
Wtnemich fraey Nicias van Athenen.

Quotation

37 Maer om bewijsen datter by d’Antijcken
In dese dinghen fraeye gheesten waren
Die in schild’ren en snijden deden blijcken
Hun vlijt mach Pausias hier comen strijcken
Tot exempel die eerst over veel Iaren {Exempel van den antijcken Pausias.}
Schilderde d’Offerhande voor d’Altaren,
Den Ossen om slachten staend’ in’t vercorten,
Daer wist hy zijn Const fraey in uyt te storten.
 
38 In plaetse dats’ ander sijdelings stelden,
En verhooghden, al licht steld’ hy de zijne,
Met den hoofde vooren, en niet oft selden
Verhooghende, maer met diepens ghewelden,
T’ronden en t’vercorten, lustich van schijne, {Exempel van Beesten vercortinghe.}
Bracht hy te weghe sonder groote pijne,
Aerdich boven ander, noch was voorhenen.
Wtnemich fraey Nicias van Athenen.

Quotation

Nae de vleeschachticheit volgt de ronding. Hier in wiert Nisias by d'ouden boven andere geprezen, want zijn dingen stonden ofze verheven en half rond waren geweest. De ronding waenen eenige door harde en zwarte schaduwen en blinkende lichten, die zy hoogselen noemen, te weeg te brengen, maer zoodanige naekten schijnen eer van metael, dan zacht vleesch te zijn: of ten minsten vertooningen van kaerslicht. De beste Schilders hebben de ronding eer door poezele zachticheit, dan door gewelt te weeg gebracht: want het natuerlijke naekt rond zoo wel in een gemeen licht, als in een al te gedwonge strael, en beter, wanneer 't het licht van vooren, als te snel van ter zijden ontfangt. Want de ronding is niet anders, als een omwijkende vermindering.

Quotation

Nicias, beesten, besonder Honden.

Quotation

37 Maer om bewijsen datter by d’Antijcken
In dese dinghen fraeye gheesten waren
Die in schild’ren en snijden deden blijcken
Hun vlijt mach Pausias hier comen strijcken
Tot exempel die eerst over veel Iaren {Exempel van den antijcken Pausias.}
Schilderde d’Offerhande voor d’Altaren,
Den Ossen om slachten staend’ in’t vercorten,
Daer wist hy zijn Const fraey in uyt te storten.
 
38 In plaetse dats’ ander sijdelings stelden,
En verhooghden, al licht steld’ hy de zijne,
Met den hoofde vooren, en niet oft selden
Verhooghende, maer met diepens ghewelden,
T’ronden en t’vercorten, lustich van schijne, {Exempel van Beesten vercortinghe.}
Bracht hy te weghe sonder groote pijne,
Aerdich boven ander, noch was voorhenen.
Wtnemich fraey Nicias van Athenen.

Quotation

{In welchen Studen jeder von den Alten oder antichen bäst qualificirt gewesen.} Es ist dieses bey unserer Kunst gewöhnlich/ auch so wol an den antichen/ als modernen/ zu ersehen/ daß der eine in einem/ der andere in etwas anders/ die wenigsten in allem/ excelliret und Meister gewesen. {Die Griechen.} Dann Apollodorus legte sonderlich der Schönheit zu. Zeuxis machte zu große Köpfe/ ware aber ein künstlicher Obst-Mahler. Eumarus gewöhnte sich/ alles nach dem Leben nachzubilden. Protogenes konte erstlich nur Schiffe mahlen. Apelles war in allem zierlich. Parrhasius ware gut in seinen Umrißen; Daemon, reich von invention; Timanthes verständig in allen seinen Werken/ auch immer verborgenen Sinns und Meinung; Pamphilus, gelehrt; Nicomachus, geschwind; Athenion, tieffsinnig; Nicophanes, sauber und nett; Amulius schön mit Farben; Pausias, munter in Bildung der Kinder und Blumen; Asclepidorius gut in dem messen und in den proportionen; Amphion, von Anordnung, Serapio, vernünftig in großen; Pireikus, in kleinen Sachen; Antiphilus in klein- und großen ; Dyonisius, konte nur Menschen mahlen; Euphranor, alles; Nicias, Thiere/ besonderlich Hunde. Nicophanes, konte wol nach-copiren/ und war in seinen Werken sauber; Mechophanes zu rauh in den Farben; Nealces, gut im ausbilden; Aristides, in affecte ; Clesides, nach dem Leben ; Ludius, in Landschaften.

Quotation

Nae de vleeschachticheit volgt de ronding. Hier in wiert Nisias by d'ouden boven andere geprezen, want zijn dingen stonden ofze verheven en half rond waren geweest. De ronding waenen eenige door harde en zwarte schaduwen en blinkende lichten, die zy hoogselen noemen, te weeg te brengen, maer zoodanige naekten schijnen eer van metael, dan zacht vleesch te zijn: of ten minsten vertooningen van kaerslicht. De beste Schilders hebben de ronding eer door poezele zachticheit, dan door gewelt te weeg gebracht: want het natuerlijke naekt rond zoo wel in een gemeen licht, als in een al te gedwonge strael, en beter, wanneer 't het licht van vooren, als te snel van ter zijden ontfangt. Want de ronding is niet anders, als een omwijkende vermindering.