BESCHOUWING (n. f.)

ANMERKUNG (deu.) · AUFMERCKUNG (deu.) · INSPECTIO (lat.) · OBSERVATION (eng.)
TERM USED IN EARLY TRANSLATIONS
BESCHAUEN (deu.) · INSPECTIO (lat.) · VIEWING (eng.)

FILTERS

LINKED QUOTATIONS

3 sources
4 quotations

Quotation

De menichvuldighe aendachtighe beschouwinge der Konste plaght eyndelick in ons ghemoed soo vele te weghe te brenghen, dat wy door de gheduyrigheydt deser oeffeninghe bequaem worden ghemaeckt om van allerley Konstighe wercken met een seldsaem gemack en met een onbedrieghelicke vaerdigheyt te oordeelen, daerom heeft oock Dionysius Longinus {De sublimi orat. 4.} dese gemackelicke vaerdigheyd in het oordeelen met groot recht d’aller laetste vrucht van een veelvoudighe ervaerenheyd ghenaemt.

[Suggested translation, Marije Osnabrugge:] In the end, the manifold careful study of Art tends to stimulate so much in our mind, that through the duration of this practice we become able to judge all sorts of Artful works with a rare ease and with an undeceiving ability, because of this Dionyisus Longinus {…} has with great reason called this convenient ability in judging the very last fruit of the manifold experience.

term translated by INSPECTIO in JUNIUS, Franciscus, De pictura veterum libri tres, Amsterdam, Joannes Blaeu, 1637., p.216
term translated by VIEWING in JUNIUS, Franciscus, The Painting of the Ancients, in Three Bookes : declaring by Historicall Observations and Examples, the Beginning, Progresse, and Consummation of that most Noble Art. And how those Ancient Artificers attained to their still so much admired Excellencie. Written first in latine by Franciscus Junius, F. F. And now by him englished, with some Additions and Alterations, trad. par JUNIUS, Franciscus, London, Richard Hodgkinsonne, 1638., p.347

Conceptual field(s)

SPECTATEUR → perception et regard

Quotation

En nadien dan alle dese dingen genoegsaam bewijsen, dat de verscheydenheyd der Schoonheyd en Bevalligheyd, ten opsigt der navolging in de Schilderkonst, niet ligt onder soo net bepaalde regelen te brengen is, datmense daar na, als na een onfeylbare Leest met aangenaamheyd, sonder verder waarneming van ’t Leven, in de Konst-tafereelen sou konnen overstorten; Soo staat ons in ’t voorby gaan aan te merken, dat een Leersaam Schilder sich uyt al sijn vermogen behoorde te beneerstigen, om door een geduurige beschouwingh van al wat hem van ’t menschelijk schoon voorkomt, het uytgelesenste daar van soodanig sijn gedagten kragtelijk in te drukken, en aan sijn inbeelding gemeen te maken, dat hy buyten de beschouwing van de selve, sich de schoonheyd van een Mensch, op verscheyde wijsen, en in onderscheyde trappen, soo bevallig en levendig kan verbeelden, als of hy de Schoonheyd selver voor hem had. {Hoe de Schoonheyd in de gedagten en ’t gemoet van den Schilder moet ingedrukt zijn.} En dit sal hy aldergeluckigst konnen doen, wanneer hy niet alleen wel en aandagtig sal na gespeurd hebben, welke Deelen en Partyen Schoon gemaakt zijn, en wat Proportie sy hebben moeten, om sulx volgens de Teykenkundige trek te verbeelden; maar dan voornamelijck, wanneer hy tot al het vorige, net sal hebben af gesien, door welk een Trap en toeval, dese en gene deelen de Schoonheyd in dit of dat voorwerp onderlingh aan ’t geheel vereenigt, Verminderd of Vermeerderd:

[suggested translation, Marije Osnabrugge:] And as all these things sufficiently prove, that the diversity of Beauty and Gracefulness with regard to the imitation in Painting, is not easily to accommodate in clearly defined rules, which one can then, as with an infallible model could overflow in Art-scenes with loveliness and without any further observation of Life; As such we should note in passing, that a diligent Painter should endeavor with all his might, through a consistent observation of all that he perceives of the human beauty, to imprint that which he deems the most exquisite of it so strongly in his mind, and to make it common to his imagination, that he will be able to depict, without its direct observation, the beauty of a Man in different ways and in distinct steps, so lovely and lively, as if he had Beauty itself before his eyes. {How Beauty has to be imprinted in the thoughts and mind of the Painter.} And he will be able to do this best, when he has not only studied well and carefully which Parts and Elements have been beautifully made, and which Proportion they should have, to depict them with the Draught; but then especially, when with regard to all the previous, will have observed precisely by which Step and coincidence this and other parts unites, lessens or increases the Beauty in this or that object to the whole:

waarneming

Conceptual field(s)

SPECTATEUR → perception et regard
CONCEPTS ESTHETIQUES → nature, imitation et vrai

Quotation

En dewijl dan uyt al ’t geseyde genoegsaam openbaar is, dat de Schoonheyd der Lichamen moet gesogt werden, in de wel gemaaktheyd der Deelen, en proportionele onderschikking tot het geheel; {Proportie en schikking, de voorname oorsaak van Schoonheyd.} Soo volgd van selfs dat d’ondersoeking van de Proportie, soo in ’t algemeen geheel, als in ’t bysonder van de Leden, een voornaam deel der Mensch-kunde is: Sulx dat den Schilder die sich daar in wil volmaken, benoodigt is, sijn hulp in veel en verscheyde dingen te soeken; Onder welk, de beschouwing van het Leven, de Schilde-konstige Anatomie, de Proportie-maat. De Schoone toegestemde Voorbeelden, en de gesonde Reden, de voornaamste zijn; In welk ook alle fraye Meesters, met goeden uytslagh haar hulp gesogt hebben. {Waar die moet gesogt werden.} Want de beschouwingh van ’t Natuurlijk Leven, kan den Schilder de Schoonheyd door verbeeldenskragt in alle voorval, doen voor oogen komen. D’Ontleding sal hem het maaksel en dienst van alle Beenen, Muskelen, Deelen en Ledematen aanwijsen. De Proportie-maat sal hem de goede Leden-stemmingh des geheelen Lichaams wijs maken. De Schoone Voorbeelden, sullen hem in sijn verstandt ondersteunen, en als een Toetsteen aanwijsen, waar in hy dwaald. En de gesonde Reden sal hem als een trouw Meester onderwijsen,[…]

[suggested translation, Marije Osnabrugge:] And while it is sufficiently clear from that what has been said so far, that the Beauty of the Bodies has to be searched for in the good creation of the Limbs and the proportional order to the whole; {Proportion and order, the main cause of Beauty.} It automatically follows that the investigation of the Proportion, both in the whole and especially of the Limbs, is an important part of the Anatomy: So much so that the Painter who wants to perfect himself in it, needs to find assistance in many and different things; Amongst which, the observation of Life, the painterly Anatomy, the mesure of Proportion, the Beautiful accepted Examples and the healthy Reason are the principal; the good Masters have also found their assistance there with great results. {Where it should be found.} Because the observation of the Natural Life, allows the Painter to bring the Beauty to mind on any occasion by means of the power of imagination. Dissection will illustrate the structure and function of all the Bones, Muscles, Parts and Limbs to him. The mesure of Proportion will teach him the good balance between Limbs of the whole body. The Beautiful Examples will support him in his mind and as a reference will point out where he is mistaken. And the healthy Reason will instruct him like a loyal Master, […]

Conceptual field(s)

SPECTATEUR → perception et regard
CONCEPTS ESTHETIQUES → nature, imitation et vrai

Quotation

{Stoffe deezes Hooftdeels.} ’t Is gantschelijk noodig, datwe een Hooftdeel maaken van allerhande zoorten van ligten en brand, die des nagts aangesteeken zijnde wonderlijk de omleggende lichchaamen doen tevoorschijn komen, en in zoo veelerhande verscheidentheid, datze onbeschrijvelijk is.
{Moeyelijkheid.} Daar uit ligt te verstaan is, dat de oeffeninge van deeze stoffe, om ‘er in tot eenige zoorte van volmaaktheid en vastigheid te geraaken, al vry swaar is, en dat ‘er om verscheide vertooningen van nagtligten wel uit te drukken veel overleg voorzigtigheid en beschouwinge van de natuir en ervarentheid van nooden is.
{Aanbieding van hulpe.} Wy zullen de Leerling eenige aanmerkingen van de voorname voorvallen ter hand stellen; om hen zoo op de weg te helpen; wel weetende, dat het gebruik en oordeel hier ’t voornaamste werk moeten doen.
{Algemeener aanmerkinge van nagtligt.} Alle schaduwen zijn hier sterk en kantig; en om in ’t gemeen wat te zeggen van
toortzen, fakkelen en lampen; zoo weet, datze byna op eene wijze te behandelen zijn; […]

[translation: BEURS, en préparation, transl. Myra Scholz:] {Subjects of the this chapter} It is definitely necessary for us to devote a chapter to all kinds light and fire, which when burning at night lend the surrounding objects a wondrous appearance, and in so many different ways that they defy description. {Difficulty} It is obvious, then, that practicing this material in order to achieve some degree of perfection and competence is quite difficult, and that rendering various manifestations of nocturnal lights requires a great deal of thought, care, observation of nature, and experience. {Offer of assistance} We will provide the pupil with a few pointers about the most important types in order to help him on his way, knowing that practice and good judgment have to do most of the work here. {General remarks about nocturnal light} All shadows here are strong and sharp-edged. And to make a general statement about torches, firebrands, and lamps: They can all be dealt with in much the same way.[…]

Conceptual field(s)