DOEK (n. n.)

CLOTH (eng.) · LEINWAND (deu.) · TOILE (fra.) · TUCH (deu.)
TERM USED IN EARLY TRANSLATIONS
CLOTH (eng.) · LINTEUM (lat.) · TUCH (deu.)

FILTERS

LINKED QUOTATIONS

2 sources
3 quotations

Quotation

Het voornaemste werck van een goed Schilder bestaet oversulcks daerin, dat hy sijne verwen, nae ’t voorschrift van Lucianus {In zeuxide}, bequaemelick vermenght, dat hyse wel van pas aenstrijcke, en behoorlicker wijse beschaduwe. ’t welck hem t’eenemael onmoghelick is ’t en sy saecke dat hy van te vooren een goed panneel ofte eenen bequaemen doeck hebbe voorbereydet. Plinius gheeft ons te verstaen Lib. XVI nat.hist. cap. 39. Ontrent den eersten aenvangh des selvighen Capitttels, van wat hout d’oude Konstenaers de berders ofte panneelen daer sy op schilderden ghemaeckt hebben. Theophrastus insghelijcks Lib. III. hist. plant. Cap. 10. Als oock Lib. V: Cap. 8. Verhaelt ons in ’t bysonder wat slagh van hout sy tot sulcken ghebruyck eerteeds verkosen. Ghelijck het dan blijckt dat de Konstenaers het bequaemste hout naukeurighlick plaghten uyt te picken, so leeren wy mede uyt Ioannes Grammaticus dat het hun niet even eens was wat doeck sy tot het opmaecken haeres wercks ghebruyckten.

[Suggested translation, Marije Osnabrugge:] The main task of a good Painter then consists therein, that he capably mixes his colours, according to the guideline by Lucianus, that he applies them appropriately and shades them in an acceptable manner. Which is then impossible unless he prepares a good panel or an apt canvas. Plinius explains to us […] of what type of wood the old Artists made the boards or panels on which they painted. Theophrastus also […] tells us in particular which type of wood they previously chose for such a use. Just like it is clear that the Artists tended to carefully pick the most apt wood, as such we learn from Ioannes Grammaticus that it was not all the same to them which canvas they used for the composing of their work.

term translated by LINTEUM in JUNIUS, Franciscus, De pictura veterum libri tres, Amsterdam, Joannes Blaeu, 1637., p.166
term translated by CLOTH in JUNIUS, Franciscus, The Painting of the Ancients, in Three Bookes : declaring by Historicall Observations and Examples, the Beginning, Progresse, and Consummation of that most Noble Art. And how those Ancient Artificers attained to their still so much admired Excellencie. Written first in latine by Franciscus Junius, F. F. And now by him englished, with some Additions and Alterations, trad. par JUNIUS, Franciscus, London, Richard Hodgkinsonne, 1638., p.273

Conceptual field(s)

MATERIALITE DE L’ŒUVRE → outils

Quotation

{In ’t byzonder aangaande Panneelen.} Wat dan de Panneelen betreft, daartoe is alle hout niet goet, en zonder datwe net konnen bepalen wat’er al voor bequaam hout is, en by den ouden, die duirsame Panneelen gehad hebben, in gebruik was, zoo kanmen nu op ’t zekerste, zoo veel bekent schijnt goed Eyken-hout gebruiken, ’t welk, als ’t geschieden kan, uit een stuk moet genomen worden tot kleender schilderijen, en voor al moet het zonder Spint zijn. […]
{En doek.} Het
doek nu moet deugdelijk gesponnen zijn, en vast geweven, en zoo digt en sijn, als de sterkte kan toelaten:

[translation: BEURS, en préparation, transl. Myra Scholz:] {Panels in particular} As far as panels are concerned, not all types of wood can be used. And although we cannot identify precisely all the kinds that are suitable, and what the ancients used for their durable panels, the most reliable for use now, as far as we know, is good oak, which should if possible be taken from a single piece for smaller paintings, and should definitely be free of sapwood. […] {And canvas} The fabric must now be well spun and woven as tightly as the strength of the material allows. […]

Anciens (les)

Conceptual field(s)

MATERIALITE DE L’ŒUVRE → technique de la peinture

Quotation

[…] nu moeten wy aanwijsen, hoemen aan Panneelen en doek een behoorlijke schildergrond zal mededeelen.
{De grond op ’t Panneel.} Op ’t
Panneel legtmen eerst een grond met een flaauw lijmverwtje met krijtwit gemengt; […]
Hier na vrijftmen omber met lootwit heel dik in oly, en men doet dat met een mes voor d’eerstemaal op ’t Panneel, dan strijkt men ’t glad met de hand tot 3 a 4 maalen, na datmen ’t glad begeert, en dus is ’t bequaam voor een beeldschilder: maar voor een landschap-schilder neemtmen swart met lootwit gemengt.
{En op ’t doek.} Wat het
doek aangaat, dat spantmen op een raam, men planeert het over al met water en bry, om de gaaties van ’t lijmen te vullen, die men daar na glad vrijft op een vrijfsteen of plank, dat’er geen bry op en blijft sitten. En als dit werk verrigt is, zoo werd het doek op de zelve wijze als ’t Panneel gehandelt, om een grond te ontvangen: uitgesondert, dat men geen krytwit gebruikt.

[translation: BEURS, en préparation, transl. Myra Scholz:] […] we must now show how to apply an appropriate ground to the panel and canvas. {The ground on a panel} On the panel one first applies a ground of soft distemper mixed with white chalk […] After that umber is ground in oil with lead white to form a very thick mix, which is then first applied to the panel with a knife, then smoothed with one’s hand three or four times, depending on the degree of smoothness desired. This is suitable for a painter of human figures, but a landscape painter takes black mixed with lead white. {And on canvas} As for canvas, it is stretched on a frame and spread with an even layer of water and porridge to fill the small holes in the linen; after that it is rubbed smooth with a grinding stone or wooden board, so that no porridge remains on it. When this has been done, the canvas is treated the same way as a panel for taking a ground, except that one does not use chalk white.

Conceptual field(s)

MATERIALITE DE L’ŒUVRE → technique de la peinture