MEMORIE

MEMORIE (n. f.)

GEDÄCHTNIS (deu.) · MÉMOIRE (fra.) · MEMORIA (ita.) · MEMORY (eng.)
TERM USED IN EARLY TRANSLATIONS
GEDÄCHTNIS (deu.) · KOPF (deu.)

FILTERS

CONCEPTUAL FIELDS

LINKED QUOTATIONS

3 sources
3 quotations

Quotation

16 Inventy van jonghs moet oock med’ opwassen,
Anders wy qualijck ordineren souden,
En moesten dan om sien naer anders cassen,
Wy moeten oock op proporty wel passen,
Als wy vergrooten, oft vercleenen wouden,
En sonderlingh moesten wy wel onthouden,
T’ghene wy teeckenen om worden vroeder,
Want siet, Memoria is de Muses Moeder. {Memorie, moeder der Muses, daerom gheheeten Mnemosyne, Siet Plutarchum in zijn Kindertucht.}

[D'après NOLDUS 2008, p. 39:] 16 L’invention doit grandir avec nous dès l’enfance car sinon nous aurions du mal à ordonner et devrions chercher dans les réserves d’autrui. Nous devons faire attention à la proportion si nous voulons agrandir ou réduire ; et en particulier, nous devrions bien nous rappeler que nous dessinons pour devenir plus compétents. Sachez en effet que la Mémoire est la Mère des Muses. {La Mémoire est la mère des Muses. On l’appelle pour cette raison Mnémosyne, - voyez Plutarque dans son De l’Éducation des enfants, De liberis educandis.}

Conceptual field(s)

CONCEPTS ESTHETIQUES → génie, esprit, imagination
L’ARTISTE → qualités
L’ARTISTE → apprentissage

Quotation

Hier by sal, oock eyndelingh, een verstandigh Konst-oeffenaer moeten weten, dat hy hem boven de study van alle voorgemelde dingen, seer neerstigh besich houdt omtrent het beschouwen van het natuerlijck leven, ende dat in alle voorvallen daer ’t mogelijck is ghebruycken, want datmen sich soude willen laten voorstaen, soo rasmen eenige trappen vande Konst te boven is geklommen, datmen alle de formen, en doeningen van het leven in sijn memorye kan houden, ende tevoorschijn brenghen, soo wanneermen die aan zijn inventien wil toepassen, die soude sich seer dickwils bedrogen vinden; {By alles watmen navorst moet ook vooral het leven gekent worden.} alwaert saecke yemant in alle de voorige studien sich al heel wel geoeffent had: Want het natuerlijck leven is in alles soo rijck, overvloedigh, konstigh en geleert, dat onse geheughnis op verr’na niet machtig is die geheel te bevatten veel min te behouden: Invoegen men noch Wercks genoegh vint om de gedachten besich te houden ontrent de menighte der saecken, diemen in ’t leven niet altijdt en kan bekomen, ten sy slechts in een schemerent oogenblick, of andersins door een krachtighe verbeeldenskracht, die door het sien van veele saecken ende verstandigh begrijp der dingen op-gekoestert ende ondersteunt wort: Welck ontrent het uytstorten van Geestige fantasien veele vermach; en deswegen niet t’onrecht aengeraden daer na te trachten, want door de inbeeldinge soo konnen wy d’afwesende dingen ons soo gemeen maecken als ofmen die tegenwoordich by sich hadde; {Wat d’Inbeeldingh vermagh.} invoegen daer niet anders dan de handt des Constenaers van nooden is om die op den Schilder-doeck te brenghen; waerom oock eenighe de In-beeldinghen by waeckende Droomen vergeleken hebben.

[suggested translation, Marije Osnabrugge:] Finally, a wise practitioner of the Art should also know, that he should diligently occupy himself with the observation of the natural Life, besides the study of all the aforementioned things, and to apply it in all possible occasions, because he would be often feel deceived who would boast – as soon as he has climbed some steps of the Art – that he could store all forms and actions of life in his memory and bring them forth whenever he would want to apply them to his inventions; {In all that one investigates, one should especially know life.} although it is necessary that someone has already practiced a lot in all the aforementioned studies: As the natural life is so rich in everything, abundant, artful and learned, that our memory is not at all capable to conceive it in its entirety and even less to remember: As such one moreover finds enough work to keep the thoughts occupied regarding the quantity of things, that one cannot find in life, unless in a dusky moment, or else by means of a powerful power of imagination, which is enforced and sustained by the observation of many things and a sensible understanding of things: Which may be capable of a lot regarding the pouring out of witty fantasies; and therefore it is justified to advice to attempt this, as we can appropriate the unavailable things by means of the imagination as if we had them presently with us; {What the imagination is capable of.} as such we need nothing but the hand of the Artist to apply it to the Painter’s canvas; which is why some have compared the imaginations to awake Dreams.

Conceptual field(s)

L’ARTISTE → qualités
CONCEPTS ESTHETIQUES → génie, esprit, imagination

Quotation

T: [...] Maar hoor, als gy de Proportie beelden eens vast in u memorie hebt, zo zult gy allengskens gewent worden, om de passer niet meer met de hand; maar met het oog te gebruiken.
S: Nu begrijp ik watmen te verstaan wil geeven, alsmen zegt, dat de Beeldhouwer de passer in de hand, en de Schilder dezelve in ’t oog moet hebben. Waarlyk ik bevind het nu ook zo, want dat rond en verheeven is, al is het nog zo krom of geboogen, zo kunnen zy ’t met de passer afmeeten; het geen met een geschilderd beeld onmoogelyk gedaan kan worden. Zo dat ik hier uit bemerk, dat het meerder Konst moet weezen te werken met de Geest dan met de handen. Och had myn Meester my al dees dingen gezegt, zo had ik ’t nu al lang geweeten.
T: Hy heeft u moogelyk noch zo ver niet geoordeeld om die zaaken t’openbaaren, of gy hebt door achteloosheid, geen opmerkinge genoeg genoomen, en dan leidmen gemeenlyk, de schuld op de meester. Een Leerling die gaau van begrip, werkzaam, en oplettende in zyn doen is, geeft groote hoop om een braaf meester te worden, te meer als hy in zyn jonkheid door een goede onderwyzinge, ondersteund geworden is. Maar zo hy geen voorzichtigheid, noch goede Memorie heeft; zo koomen hem die drie hoedaanigheeden niet te staade. Want de Voorzichtigheid is het oog der ziel, de Bloem eener Plant, en het spits eener schicht. Maar goede Onthoudinge is het voornaamste.

[suggested translation, Marije Osnabrugge:] T [ndr: draughtsman]: But listen, as soon as you have the proportion [ndr: of] figures fixed in your memory, you will gradually become accustomed to no longer use the compass with the hand but with the eye. S [ndr: painter]: No I understand what they want to say, when they say that the sculptor has to have the compass in the hand and the painter in the eye. I am truly agreeing, because that which is round or elevated, no matter how crooked or bent it is, they are able to measure it with the compass; which cannot be done with a painted figure. So I conclude from this, that it is more artful to work with the mind than with the hands. Oh, if only my master had said these things, I would have known them a long time ago. T: Possibly, he did not deem you advanced enough to reveal those things, or you have not noticed it because of carelessness, and then the master is generally blamed. A pupil who is quick-witted, diligent and attentive in his ways, gives great hope to become a good master, more so if he has been supported by good instruction since his childhood. But if he does not possess carefulness, nor a good memory; then those three characteristics will not be apparent. Because the Carefulness is the eye of the soul, the flower of a plant and the point of a beam. But a good Memory is the most important.

onthouding

term translated by KOPF
term translated by GEDÄCHTNIS

Conceptual field(s)

L’ARTISTE → qualités