VALERIUS MAXIMUS ( 17 ap. J.-C. )

VALERIUS MAXIMUS ( 17 ap. J.-C. )

ISNI:0000000115627488 Getty:500355327
Historien de l'époque romaine

Quotation

Aengaende de Poëten, soo is seecker, dat men door het lesen der selve veel cierlijcke inventeringen komt te begrijpen, gelijck dat oock al van overlangh in menigh Constenaer is gebleecken, datse demeeste magnificentie van haere wercken uyt haere Verdighselen gehaelt hebben. Soo vertelt ons Valerius Maximus, dat Phidias seer geerne bekende dat hy het Model van sijnen Eliaenschen Iupiter by den Poët Homerus gevonden hadde: van gelijcke betuygen eenige schrijvers dat Thimanthes en Praxiteles veele van haere aerdigheden uyt den Poët Euripides ontleent hadden.

Quotation

Plinius, en andere oude schryvers meer, prysen den wyd-beroemden Phidias van weghen de staetige en gantsch hooghwaerdige Magnificentie die in sijne wercken wierd gevonden; en misschien sullen wy ons selven niet vele vergissen, indien wy staende houden dat desen Konstenaer de voornaemste kracht sijner Inventie uyt de poetische schriften heeft getrocken, want hy sich niet en schaemde te belijden, dat hy het voorschrift van sijnen Eleaanschen Iupiter in Homerus hadde gevonden, siet Valerius Maximus Lib. III, Cap. 7. ex. ext.4.

Quotation

{Exempel van het vermogen der Konst.} De oogen der Menschen (seght hy [ndr: Valerius Maximus]) blijven met een spraeckeloose verbaestheydt daer aen hanghen, als sy dese Schilderye beschouwen; want sy vernieuwen de gelegentheyt der Oude Geschiedenisse, door de verwonderinghe van het tegenwoordige Beelt, achtende dat sich in dien stommen ommetreck der leden, levendige Lichamen vertoonen.

Quotation

{Exempel van het vermogen der Konst.} De oogen der Menschen (seght hy [ndr: Valerius Maximus]) blijven met een spraeckeloose verbaestheydt daer aen hanghen, als sy dese Schilderye beschouwen; want sy vernieuwen de gelegentheyt der Oude Geschiedenisse, door de verwonderinghe van het tegenwoordige Beelt, achtende dat sich in dien stommen ommetreck der leden, levendige Lichamen vertoonen.

Quotation

Plinius, en andere oude schryvers meer, prysen den wyd-beroemden Phidias van weghen de staetige en gantsch hooghwaerdige Magnificentie die in sijne wercken wierd gevonden; en misschien sullen wy ons selven niet vele vergissen, indien wy staende houden dat desen Konstenaer de voornaemste kracht sijner Inventie uyt de poetische schriften heeft getrocken, want hy sich niet en schaemde te belijden, dat hy het voorschrift van sijnen Eleaanschen Iupiter in Homerus hadde gevonden, siet Valerius Maximus Lib. III, Cap. 7. ex. ext.4.

Quotation

Aengaende de Poëten, soo is seecker, dat men door het lesen der selve veel cierlijcke inventeringen komt te begrijpen, gelijck dat oock al van overlangh in menigh Constenaer is gebleecken, datse demeeste magnificentie van haere wercken uyt haere Verdighselen gehaelt hebben. Soo vertelt ons Valerius Maximus, dat Phidias seer geerne bekende dat hy het Model van sijnen Eliaenschen Iupiter by den Poët Homerus gevonden hadde: van gelijcke betuygen eenige schrijvers dat Thimanthes en Praxiteles veele van haere aerdigheden uyt den Poët Euripides ontleent hadden.

Quotation

{Exempel van het vermogen der Konst.} De oogen der Menschen (seght hy [ndr: Valerius Maximus]) blijven met een spraeckeloose verbaestheydt daer aen hanghen, als sy dese Schilderye beschouwen; want sy vernieuwen de gelegentheyt der Oude Geschiedenisse, door de verwonderinghe van het tegenwoordige Beelt, achtende dat sich in dien stommen ommetreck der leden, levendige Lichamen vertoonen.