DESCARTES, René ( 1596 )

DESCARTES, René ( 1596 )

ISNI:0000000121296144 Getty:500223252

Quotation

Que ce que l’on appelloit ACTION, n’est autre chose que le mouvement de quelque partie, & que ce mouvement ne se fait que par le changement des muscles, lesquels ne se meuvent que par l’entremise des nerfs qui les lient, & qui passent au travers d’eux. Que les nerfs n’agissent que par les esprits qui sont contenus dans les cavitez du cerveau, & que le cerveau ne reçoit ces esprits que du sang, qui passant continuellement par le cœur, fait qu’il se rechauffe, & se rarefie de telle sorte, que le plus subtil monte, & porte au cerveau certains petits airs ou vapeurs, lesquels passant par une infinité de petits vaisseaux, dont le cerveau est rempli, s’y spiritualisent, d’où ils se répandent aux autres parties, par le moyen des nerfs qui sont comme autant de filets, ou tuyaus qui portent ces esprits dans les muscles, selon qu’ils en ont besoin, plus ou moins, pour faire l’action à laquelle ils sont appellez : ainsi le muscle qui agit le plus, reçoit le plus d’esprits, & par consequent devient plus enflé que les autres.

Quotation

{Kennisse den schilderen ontbrekende.} Indien een schilder den aard der weersteutinge en straalbuiginge behoorlijck verstonde; daar de Hr. Huigens na des Cartes, beter en verstanelijker volgens zijn onderstellinge van de lightstralen van ’t verligte lichchaam gelijkelijk van de klootsche baren aan alle kanten voorgeset, geschreven heeft, het zou hem groot vermaak en vastigheid geven: dog dit gebeurt als nimmermeer, dat men zoodanig yemand vinde. Ja zelve verstaan er vele naaulijx de eerste gronden van de doorzigtkunde, den schilderen zoo noodige wetenschap.

Quotation

{Aard der verwen.} 2. Dat’er geen verwen zijn zonder ligt, en datze alle haare verscheidentheid van de gesteltheid van de vlakten der lichchamen, waar op het ligt verscheidentlijk valt en werkt, ontfangen is (mein ik) wel te begrypen: dog hoeze eygentlijk door zulke vlakten en bewegingen veroorzaakt worden, en waar in den aard van yder der hooftverwen bestaat; […] daarwe’d ondervindingen hebben van den zoo vermaarden en ervarenen heer Boyle, en d’aanmerkingen van groote verstanden, die ook boven des Cartes in de onderzoekinge van den aard der dingen opgeklommen zijn.
{Hoe ver den schilderen noodig.} 3. Dog deze bespiegelinge gaat den schilderen weynig of niet aan, alsze maar de stoffen der verwen en haar behandelinge in ’t toebereiden en schilderen behoorlijk verstaan, […]

Quotation

{Kennisse den schilderen ontbrekende.} Indien een schilder den aard der weersteutinge en straalbuiginge behoorlijck verstonde; daar de Hr. Huigens na des Cartes, beter en verstanelijker volgens zijn onderstellinge van de lightstralen van ’t verligte lichchaam gelijkelijk van de klootsche baren aan alle kanten voorgeset, geschreven heeft, het zou hem groot vermaak en vastigheid geven: dog dit gebeurt als nimmermeer, dat men zoodanig yemand vinde. Ja zelve verstaan er vele naaulijx de eerste gronden van de doorzigtkunde, den schilderen zoo noodige wetenschap.

Quotation

{Aard der verwen.} 2. Dat’er geen verwen zijn zonder ligt, en datze alle haare verscheidentheid van de gesteltheid van de vlakten der lichchamen, waar op het ligt verscheidentlijk valt en werkt, ontfangen is (mein ik) wel te begrypen: dog hoeze eygentlijk door zulke vlakten en bewegingen veroorzaakt worden, en waar in den aard van yder der hooftverwen bestaat; […] daarwe’d ondervindingen hebben van den zoo vermaarden en ervarenen heer Boyle, en d’aanmerkingen van groote verstanden, die ook boven des Cartes in de onderzoekinge van den aard der dingen opgeklommen zijn.
{Hoe ver den schilderen noodig.} 3. Dog deze bespiegelinge gaat den schilderen weynig of niet aan, alsze maar de stoffen der verwen en haar behandelinge in ’t toebereiden en schilderen behoorlijk verstaan, […]

Quotation

{Kennisse den schilderen ontbrekende.} Indien een schilder den aard der weersteutinge en straalbuiginge behoorlijck verstonde; daar de Hr. Huigens na des Cartes, beter en verstanelijker volgens zijn onderstellinge van de lightstralen van ’t verligte lichchaam gelijkelijk van de klootsche baren aan alle kanten voorgeset, geschreven heeft, het zou hem groot vermaak en vastigheid geven: dog dit gebeurt als nimmermeer, dat men zoodanig yemand vinde. Ja zelve verstaan er vele naaulijx de eerste gronden van de doorzigtkunde, den schilderen zoo noodige wetenschap.

Quotation

{Aard der verwen.} 2. Dat’er geen verwen zijn zonder ligt, en datze alle haare verscheidentheid van de gesteltheid van de vlakten der lichchamen, waar op het ligt verscheidentlijk valt en werkt, ontfangen is (mein ik) wel te begrypen: dog hoeze eygentlijk door zulke vlakten en bewegingen veroorzaakt worden, en waar in den aard van yder der hooftverwen bestaat; […] daarwe’d ondervindingen hebben van den zoo vermaarden en ervarenen heer Boyle, en d’aanmerkingen van groote verstanden, die ook boven des Cartes in de onderzoekinge van den aard der dingen opgeklommen zijn.
{Hoe ver den schilderen noodig.} 3. Dog deze bespiegelinge gaat den schilderen weynig of niet aan, alsze maar de stoffen der verwen en haar behandelinge in ’t toebereiden en schilderen behoorlijk verstaan, […]

Quotation

{Kennisse den schilderen ontbrekende.} Indien een schilder den aard der weersteutinge en straalbuiginge behoorlijck verstonde; daar de Hr. Huigens na des Cartes, beter en verstanelijker volgens zijn onderstellinge van de lightstralen van ’t verligte lichchaam gelijkelijk van de klootsche baren aan alle kanten voorgeset, geschreven heeft, het zou hem groot vermaak en vastigheid geven: dog dit gebeurt als nimmermeer, dat men zoodanig yemand vinde. Ja zelve verstaan er vele naaulijx de eerste gronden van de doorzigtkunde, den schilderen zoo noodige wetenschap.