HUYGENS, Christiaen ( 1629-1695 )

HUYGENS, Christiaen ( 1629-1695 )

ISNI:0000000108687618 Getty:500026922
Mathématicien, astronome et physicien néerlandais

Quotation

{Kennisse den schilderen ontbrekende.} Indien een schilder den aard der weersteutinge en straalbuiginge behoorlijck verstonde; daar de Hr. Huigens na des Cartes, beter en verstanelijker volgens zijn onderstellinge van de lightstralen van ’t verligte lichchaam gelijkelijk van de klootsche baren aan alle kanten voorgeset, geschreven heeft, het zou hem groot vermaak en vastigheid geven: dog dit gebeurt als nimmermeer, dat men zoodanig yemand vinde. Ja zelve verstaan er vele naaulijx de eerste gronden van de doorzigtkunde, den schilderen zoo noodige wetenschap.

Quotation

{In ’t glas en vogtigheden is straalbuiginge.} Gelijk in ’t voorgaande Hooftdeel van de weersteutinge der klootsche ligtbaaren te pas quam; zoo komt hier ook ter snee haare straalbuiginge, op de vlakte van lichchaamen van andere stoffen die doorschijnende zijn, geboogen werdende de straalen na de loodliny, of van de zelve af na dat de doorgang van de ligtstraalen, daar begint te vertraagen of te verwakkeren: […]
Dog deeze dingen niet nader wiskonstig onderzoekende, als d’Heer Chr. Huygens gedaan heeft, weetende dat een Schilder altijd in dit stilleven der nature kan voor zig zetten; als hy eenen dag en zelve oogpunt maar behoudt, in zijn gantsche tafereel;

Quotation

{Kennisse den schilderen ontbrekende.} Indien een schilder den aard der weersteutinge en straalbuiginge behoorlijck verstonde; daar de Hr. Huigens na des Cartes, beter en verstanelijker volgens zijn onderstellinge van de lightstralen van ’t verligte lichchaam gelijkelijk van de klootsche baren aan alle kanten voorgeset, geschreven heeft, het zou hem groot vermaak en vastigheid geven: dog dit gebeurt als nimmermeer, dat men zoodanig yemand vinde. Ja zelve verstaan er vele naaulijx de eerste gronden van de doorzigtkunde, den schilderen zoo noodige wetenschap.

Quotation

{In ’t glas en vogtigheden is straalbuiginge.} Gelijk in ’t voorgaande Hooftdeel van de weersteutinge der klootsche ligtbaaren te pas quam; zoo komt hier ook ter snee haare straalbuiginge, op de vlakte van lichchaamen van andere stoffen die doorschijnende zijn, geboogen werdende de straalen na de loodliny, of van de zelve af na dat de doorgang van de ligtstraalen, daar begint te vertraagen of te verwakkeren: […]
Dog deeze dingen niet nader wiskonstig onderzoekende, als d’Heer Chr. Huygens gedaan heeft, weetende dat een Schilder altijd in dit stilleven der nature kan voor zig zetten; als hy eenen dag en zelve oogpunt maar behoudt, in zijn gantsche tafereel;

Quotation

{Kennisse den schilderen ontbrekende.} Indien een schilder den aard der weersteutinge en straalbuiginge behoorlijck verstonde; daar de Hr. Huigens na des Cartes, beter en verstanelijker volgens zijn onderstellinge van de lightstralen van ’t verligte lichchaam gelijkelijk van de klootsche baren aan alle kanten voorgeset, geschreven heeft, het zou hem groot vermaak en vastigheid geven: dog dit gebeurt als nimmermeer, dat men zoodanig yemand vinde. Ja zelve verstaan er vele naaulijx de eerste gronden van de doorzigtkunde, den schilderen zoo noodige wetenschap.

Quotation

{Kennisse den schilderen ontbrekende.} Indien een schilder den aard der weersteutinge en straalbuiginge behoorlijck verstonde; daar de Hr. Huigens na des Cartes, beter en verstanelijker volgens zijn onderstellinge van de lightstralen van ’t verligte lichchaam gelijkelijk van de klootsche baren aan alle kanten voorgeset, geschreven heeft, het zou hem groot vermaak en vastigheid geven: dog dit gebeurt als nimmermeer, dat men zoodanig yemand vinde. Ja zelve verstaan er vele naaulijx de eerste gronden van de doorzigtkunde, den schilderen zoo noodige wetenschap.

Quotation

{In ’t glas en vogtigheden is straalbuiginge.} Gelijk in ’t voorgaande Hooftdeel van de weersteutinge der klootsche ligtbaaren te pas quam; zoo komt hier ook ter snee haare straalbuiginge, op de vlakte van lichchaamen van andere stoffen die doorschijnende zijn, geboogen werdende de straalen na de loodliny, of van de zelve af na dat de doorgang van de ligtstraalen, daar begint te vertraagen of te verwakkeren: […]
Dog deeze dingen niet nader wiskonstig onderzoekende, als d’Heer Chr. Huygens gedaan heeft, weetende dat een Schilder altijd in dit stilleven der nature kan voor zig zetten; als hy eenen dag en zelve oogpunt maar behoudt, in zijn gantsche tafereel;