OROSIUS, Paulus ( 385 ap. J.-C.-420 ap. J.-C. )

OROSIUS, Paulus ( 385 ap. J.-C.-420 ap. J.-C. )

ISNI:0000000121178754
Prêtre et apologiste gallécien

Quotation

[...] so en behoeft het ons niet vreemd te schijnen dat Plinius {Lib. XXXV. Cap. 5} de Stad Sicyon ’t Vader-landt ofte de gheboort plaetse der Schilder-konste heeft genaemt. So seght Strabo {Lib. VII. Geograph.} insghelijcks dat de Schilder-konst, de Giet-konst, met alle d’andere konsten van dien aerd, meest van allen te Corinthen en te Sicyon hebben toeghenomen. Oresius {Lib. V. hist. Cap. 3} sprekende van Corinthen, betuyght dat dese Stad gheduyrende den tijd van ettelicke eeuwen eenen winckel van allerley Konsten en Konstenaers gheweest is, ja een ghemeyne Koop-stad van Asia ende Europa wat Sicyon belanght, Plutarchus, in ’t leven van Aratus, spreeckt daervan wijdloopiglick. So seght Isidonius Apollinaris { Lib. VI Epist. 12} dat Griecken-land was beroemd vanweghen de fraaye Schilders en Beeld-houwers die het voorghebraght hadde. ’t Is mede kennelick wat ghevoelen Plinius van de Griecken ghehad heeft, als hy {in praefat. ardui operis.} se noemt grond-leggers ofte opbouwers van de Schilder-konste en Giet-konste.

Quotation

[...] so en behoeft het ons niet vreemd te schijnen dat Plinius {Lib. XXXV. Cap. 5} de Stad Sicyon ’t Vader-landt ofte de gheboort plaetse der Schilder-konste heeft genaemt. So seght Strabo {Lib. VII. Geograph.} insghelijcks dat de Schilder-konst, de Giet-konst, met alle d’andere konsten van dien aerd, meest van allen te Corinthen en te Sicyon hebben toeghenomen. Oresius {Lib. V. hist. Cap. 3} sprekende van Corinthen, betuyght dat dese Stad gheduyrende den tijd van ettelicke eeuwen eenen winckel van allerley Konsten en Konstenaers gheweest is, ja een ghemeyne Koop-stad van Asia ende Europa wat Sicyon belanght, Plutarchus, in ’t leven van Aratus, spreeckt daervan wijdloopiglick. So seght Isidonius Apollinaris { Lib. VI Epist. 12} dat Griecken-land was beroemd vanweghen de fraaye Schilders en Beeld-houwers die het voorghebraght hadde. ’t Is mede kennelick wat ghevoelen Plinius van de Griecken ghehad heeft, als hy {in praefat. ardui operis.} se noemt grond-leggers ofte opbouwers van de Schilder-konste en Giet-konste.