VAN MANDER, Carel ( 1548-1606 )

ISNI:0000000120335172 Getty:500416902

Quotation

Van de Stelling der Beelden volgens de Natuurlijke en toevallige stand der beweging in allerhande Doening.
Laat ons van de Tronie-stelling in ’t bysonder tot een ander voornaam en algemeen Deel der Mensch-kunde over gaan; Namelijk tot de Teykenkonstige stelling van de bewegende Stand der Werkende Mensch-beelden; En daar ontrent aanwijsen hoedanig de Beelden onder sekere Linie van Bestuur en Gewigt, en Tegen-wigt allerhande Doeningen en Actien van Staan, Gaan, Loopen, Torssen, Dragen, Werpen, als anders, welvoegsaam en Natuurlijk, sonder daar heen te vallen, of onmogelijkheyd in haar Doening te vertoonen, verrigten konnen: Op dat den Teykenaar en Schilder die sigh daar in wel afgerigt bevind, het Middel mogt in de Hand hebben, om sijn Beelden in allerhande voorval en Verkiesing, tot het Oogmerk van sijn voorgesteld bedrijf, soodanig te bepalen, datse noit tegen de Teykenkundige Trek, noch tegen de mogelijkheyd der Doening, ten opsigt van ’t Maaxel en samen-stel der Leden aanloopen. En gelijk dit een van de gewigtigste Hoofd-stukken der Schilder-Konst is, soo heeft het ook alle Groote en Verstandige Meesters niet alleen ter Herten gegaan, sig hier in wijselijk te dragen, maar veele hebben ook met alle vlijd hun Leerlingen geduurig vermaand daar op nauw agt te geven: En dat wel soo veel te meer alsse sigh ontblood vonden van de Onderwijsingen in de Boeken, en Voor-beelden.
Karel van Mander die beter Schrijver en Prater dan Schilder is geweest, seyde in sijnen tijd dat het te wenschen waar, datter van ymand een Onderwijsing aangaande de stelling der Beelden, volgs de Werkende Verkiesingh der Actien, en d’uytdrukking der Herts-togten, ontworpen wierde: En seyd hy, ik soude sulx geerne selfs gedaan hebben, in dien ik my daar bequaam toe gevonden had.

Quotation

Our poor and needy Life perceiving some casual Things to fall out prosperously, whilst it doth mistake and try, whilst it doth slip, reform and change ; hath out of this same assiduous Reprehension made up small Sciences of ARTS, the which it hath afterwards, by a continual Study, brought to some considerable Degree of Perfection. And therefore Ælian says, so Rude and Imperfect were the first Attemps of this ART, that to avoid the Danger of a Mistake, they were wont constantly to affix to their Works such a clear and discerning Character of distinction, as this is a Horse, an Ox, or a Tree, &c. And what higher Expectations can we derive from a Portrait, or Profile of a Face drawn from the Shadow upon a Wall ; or when we find Gyges, whom Pliny sometime calls the first Painter, born in Lydia, which, as he says, was Tuscania, went into Egypt, found out the ART there, and all his Skill arrived only to some competency of Design, probably with a Coal, or some such coarse Material. From which Sort of Picture they advanced not much further, ‘till some competent Time after, came Polignotus, the first that painted Encaustice, or by Fire ; which was not enameling on Gold, but with hot glowing Irons, to draw, or cast their Design into Wood, or Ivory, and possibly to finish with some slight Shadowing within ; for before that, as Carel van Mander, in his Lives of the Painters observes, the First Pictures were only drawn, and consisted of Out-Lines only, and therefore called Linearis Pictura.
THE next Step they advanced was by the Invention of Cleanthes and Thelephanes, who super-added some Finishing within, and filled their Out-Lines with one Colour, which was only a Piece of Red Potsheard, pounded and fine ground ; First found out, and, as some affirm, us’d by Callias the Athenian.
AND thence, […], they were called
Monocromata ; and to the Assistance of these came Higienontes, Dinias and Charmas, who also made Faces with one Colour only.

Quotation

Van de Stelling der Beelden volgens de Natuurlijke en toevallige stand der beweging in allerhande Doening.
Laat ons van de Tronie-stelling in ’t bysonder tot een ander voornaam en algemeen Deel der Mensch-kunde over gaan; Namelijk tot de Teykenkonstige stelling van de bewegende Stand der Werkende Mensch-beelden; En daar ontrent aanwijsen hoedanig de Beelden onder sekere Linie van Bestuur en Gewigt, en Tegen-wigt allerhande Doeningen en Actien van Staan, Gaan, Loopen, Torssen, Dragen, Werpen, als anders, welvoegsaam en Natuurlijk, sonder daar heen te vallen, of onmogelijkheyd in haar Doening te vertoonen, verrigten konnen: Op dat den Teykenaar en Schilder die sigh daar in wel afgerigt bevind, het Middel mogt in de Hand hebben, om sijn Beelden in allerhande voorval en Verkiesing, tot het Oogmerk van sijn voorgesteld bedrijf, soodanig te bepalen, datse noit tegen de Teykenkundige Trek, noch tegen de mogelijkheyd der Doening, ten opsigt van ’t Maaxel en samen-stel der Leden aanloopen. En gelijk dit een van de gewigtigste Hoofd-stukken der Schilder-Konst is, soo heeft het ook alle Groote en Verstandige Meesters niet alleen ter Herten gegaan, sig hier in wijselijk te dragen, maar veele hebben ook met alle vlijd hun Leerlingen geduurig vermaand daar op nauw agt te geven: En dat wel soo veel te meer alsse sigh ontblood vonden van de Onderwijsingen in de Boeken, en Voor-beelden.
Karel van Mander die beter Schrijver en Prater dan Schilder is geweest, seyde in sijnen tijd dat het te wenschen waar, datter van ymand een Onderwijsing aangaande de stelling der Beelden, volgs de Werkende Verkiesingh der Actien, en d’uytdrukking der Herts-togten, ontworpen wierde: En seyd hy, ik soude sulx geerne selfs gedaan hebben, in dien ik my daar bequaam toe gevonden had.

Quotation

Van de Stelling der Beelden volgens de Natuurlijke en toevallige stand der beweging in allerhande Doening.
Laat ons van de Tronie-stelling in ’t bysonder tot een ander voornaam en algemeen Deel der Mensch-kunde over gaan; Namelijk tot de Teykenkonstige stelling van de bewegende Stand der Werkende Mensch-beelden; En daar ontrent aanwijsen hoedanig de Beelden onder sekere Linie van Bestuur en Gewigt, en Tegen-wigt allerhande Doeningen en Actien van Staan, Gaan, Loopen, Torssen, Dragen, Werpen, als anders, welvoegsaam en Natuurlijk, sonder daar heen te vallen, of onmogelijkheyd in haar Doening te vertoonen, verrigten konnen: Op dat den Teykenaar en Schilder die sigh daar in wel afgerigt bevind, het Middel mogt in de Hand hebben, om sijn Beelden in allerhande voorval en Verkiesing, tot het Oogmerk van sijn voorgesteld bedrijf, soodanig te bepalen, datse noit tegen de Teykenkundige Trek, noch tegen de mogelijkheyd der Doening, ten opsigt van ’t Maaxel en samen-stel der Leden aanloopen. En gelijk dit een van de gewigtigste Hoofd-stukken der Schilder-Konst is, soo heeft het ook alle Groote en Verstandige Meesters niet alleen ter Herten gegaan, sig hier in wijselijk te dragen, maar veele hebben ook met alle vlijd hun Leerlingen geduurig vermaand daar op nauw agt te geven: En dat wel soo veel te meer alsse sigh ontblood vonden van de Onderwijsingen in de Boeken, en Voor-beelden.
Karel van Mander die beter Schrijver en Prater dan Schilder is geweest, seyde in sijnen tijd dat het te wenschen waar, datter van ymand een Onderwijsing aangaande de stelling der Beelden, volgs de Werkende Verkiesingh der Actien, en d’uytdrukking der Herts-togten, ontworpen wierde: En seyd hy, ik soude sulx geerne selfs gedaan hebben, in dien ik my daar bequaam toe gevonden had.

Quotation

Van de Stelling der Beelden volgens de Natuurlijke en toevallige stand der beweging in allerhande Doening.
Laat ons van de Tronie-stelling in ’t bysonder tot een ander voornaam en algemeen Deel der Mensch-kunde over gaan; Namelijk tot de Teykenkonstige stelling van de bewegende Stand der Werkende Mensch-beelden; En daar ontrent aanwijsen hoedanig de Beelden onder sekere Linie van Bestuur en Gewigt, en Tegen-wigt allerhande Doeningen en Actien van Staan, Gaan, Loopen, Torssen, Dragen, Werpen, als anders, welvoegsaam en Natuurlijk, sonder daar heen te vallen, of onmogelijkheyd in haar Doening te vertoonen, verrigten konnen: Op dat den Teykenaar en Schilder die sigh daar in wel afgerigt bevind, het Middel mogt in de Hand hebben, om sijn Beelden in allerhande voorval en Verkiesing, tot het Oogmerk van sijn voorgesteld bedrijf, soodanig te bepalen, datse noit tegen de Teykenkundige Trek, noch tegen de mogelijkheyd der Doening, ten opsigt van ’t Maaxel en samen-stel der Leden aanloopen. En gelijk dit een van de gewigtigste Hoofd-stukken der Schilder-Konst is, soo heeft het ook alle Groote en Verstandige Meesters niet alleen ter Herten gegaan, sig hier in wijselijk te dragen, maar veele hebben ook met alle vlijd hun Leerlingen geduurig vermaand daar op nauw agt te geven: En dat wel soo veel te meer alsse sigh ontblood vonden van de Onderwijsingen in de Boeken, en Voor-beelden.
Karel van Mander die beter Schrijver en Prater dan Schilder is geweest, seyde in sijnen tijd dat het te wenschen waar, datter van ymand een Onderwijsing aangaande de stelling der Beelden, volgs de Werkende Verkiesingh der Actien, en d’uytdrukking der Herts-togten, ontworpen wierde: En seyd hy, ik soude sulx geerne selfs gedaan hebben, in dien ik my daar bequaam toe gevonden had.

Quotation

Oock heeft den selven Vermander, een uytleggingh op de Metamorphosis of herscheppingh van Ovidius gemaeckt, die mede tot het verstant der Poëtische fabulen dienen konnen, ten eynde men sich daer na in het ordineeren van sijne inventien, niet onverstandigh aenstelle, maer die schicke naer de algemeene uytleggers van dusdanige inventien; ende oock om die by dese of gene voorvallen geestigh ende geleerdelijck toe te passen.

Quotation

{Hoedanig d’Oude hare Teykeningen op groote Cartonnen plaghten te maecken.} Andere en oock de meeste part onder de Oude, pleeghden in plaets van hunne Ordinantien in ’t kleyn te Teyckenen, Teyckeninghen op Cartonnen, of Papieren aen een gheplackt, soo groot als hunne stucken wesen souden, gansch uytvoerigh te Teyckenen, ghelijck wy doorgaens in ’t leven der Schilders by Carel Vermander beschreven, konnen afnemen, van welcke Cartonnen oock eenige soo hier en daer, by stucken en brocken ghevonden worden: Doch moetmen weten dat dese manniere meest gebruyckt wiert tot dinghen die op natte Kalck, of in Fresco moeten Geschildert worden, in welck Schilderen sy haer door soodanige Teyckeninghen best konden verseeckeren.

Quotation

Oock heeft den selven Vermander, een uytleggingh op de Metamorphosis of herscheppingh van Ovidius gemaeckt, die mede tot het verstant der Poëtische fabulen dienen konnen, ten eynde men sich daer na in het ordineeren van sijne inventien, niet onverstandigh aenstelle, maer die schicke naer de algemeene uytleggers van dusdanige inventien; ende oock om die by dese of gene voorvallen geestigh ende geleerdelijck toe te passen.

Quotation

Oock heeft den selven Vermander, een uytleggingh op de Metamorphosis of herscheppingh van Ovidius gemaeckt, die mede tot het verstant der Poëtische fabulen dienen konnen, ten eynde men sich daer na in het ordineeren van sijne inventien, niet onverstandigh aenstelle, maer die schicke naer de algemeene uytleggers van dusdanige inventien; ende oock om die by dese of gene voorvallen geestigh ende geleerdelijck toe te passen.

Quotation

Van de Stelling der Beelden volgens de Natuurlijke en toevallige stand der beweging in allerhande Doening.
Laat ons van de Tronie-stelling in ’t bysonder tot een ander voornaam en algemeen Deel der Mensch-kunde over gaan; Namelijk tot de Teykenkonstige stelling van de bewegende Stand der Werkende Mensch-beelden; En daar ontrent aanwijsen hoedanig de Beelden onder sekere Linie van Bestuur en Gewigt, en Tegen-wigt allerhande Doeningen en Actien van Staan, Gaan, Loopen, Torssen, Dragen, Werpen, als anders, welvoegsaam en Natuurlijk, sonder daar heen te vallen, of onmogelijkheyd in haar Doening te vertoonen, verrigten konnen: Op dat den Teykenaar en Schilder die sigh daar in wel afgerigt bevind, het Middel mogt in de Hand hebben, om sijn Beelden in allerhande voorval en Verkiesing, tot het Oogmerk van sijn voorgesteld bedrijf, soodanig te bepalen, datse noit tegen de Teykenkundige Trek, noch tegen de mogelijkheyd der Doening, ten opsigt van ’t Maaxel en samen-stel der Leden aanloopen. En gelijk dit een van de gewigtigste Hoofd-stukken der Schilder-Konst is, soo heeft het ook alle Groote en Verstandige Meesters niet alleen ter Herten gegaan, sig hier in wijselijk te dragen, maar veele hebben ook met alle vlijd hun Leerlingen geduurig vermaand daar op nauw agt te geven: En dat wel soo veel te meer alsse sigh ontblood vonden van de Onderwijsingen in de Boeken, en Voor-beelden.
Karel van Mander die beter Schrijver en Prater dan Schilder is geweest, seyde in sijnen tijd dat het te wenschen waar, datter van ymand een Onderwijsing aangaande de stelling der Beelden, volgs de Werkende Verkiesingh der Actien, en d’uytdrukking der Herts-togten, ontworpen wierde: En seyd hy, ik soude sulx geerne selfs gedaan hebben, in dien ik my daar bequaam toe gevonden had.

Quotation

Van de Stelling der Beelden volgens de Natuurlijke en toevallige stand der beweging in allerhande Doening.
Laat ons van de Tronie-stelling in ’t bysonder tot een ander voornaam en algemeen Deel der Mensch-kunde over gaan; Namelijk tot de Teykenkonstige stelling van de bewegende Stand der Werkende Mensch-beelden; En daar ontrent aanwijsen hoedanig de Beelden onder sekere Linie van Bestuur en Gewigt, en Tegen-wigt allerhande Doeningen en Actien van Staan, Gaan, Loopen, Torssen, Dragen, Werpen, als anders, welvoegsaam en Natuurlijk, sonder daar heen te vallen, of onmogelijkheyd in haar Doening te vertoonen, verrigten konnen: Op dat den Teykenaar en Schilder die sigh daar in wel afgerigt bevind, het Middel mogt in de Hand hebben, om sijn Beelden in allerhande voorval en Verkiesing, tot het Oogmerk van sijn voorgesteld bedrijf, soodanig te bepalen, datse noit tegen de Teykenkundige Trek, noch tegen de mogelijkheyd der Doening, ten opsigt van ’t Maaxel en samen-stel der Leden aanloopen. En gelijk dit een van de gewigtigste Hoofd-stukken der Schilder-Konst is, soo heeft het ook alle Groote en Verstandige Meesters niet alleen ter Herten gegaan, sig hier in wijselijk te dragen, maar veele hebben ook met alle vlijd hun Leerlingen geduurig vermaand daar op nauw agt te geven: En dat wel soo veel te meer alsse sigh ontblood vonden van de Onderwijsingen in de Boeken, en Voor-beelden.
Karel van Mander die beter Schrijver en Prater dan Schilder is geweest, seyde in sijnen tijd dat het te wenschen waar, datter van ymand een Onderwijsing aangaande de stelling der Beelden, volgs de Werkende Verkiesingh der Actien, en d’uytdrukking der Herts-togten, ontworpen wierde: En seyd hy, ik soude sulx geerne selfs gedaan hebben, in dien ik my daar bequaam toe gevonden had.

Quotation

{Hoedanig d’Oude hare Teykeningen op groote Cartonnen plaghten te maecken.} Andere en oock de meeste part onder de Oude, pleeghden in plaets van hunne Ordinantien in ’t kleyn te Teyckenen, Teyckeninghen op Cartonnen, of Papieren aen een gheplackt, soo groot als hunne stucken wesen souden, gansch uytvoerigh te Teyckenen, ghelijck wy doorgaens in ’t leven der Schilders by Carel Vermander beschreven, konnen afnemen, van welcke Cartonnen oock eenige soo hier en daer, by stucken en brocken ghevonden worden: Doch moetmen weten dat dese manniere meest gebruyckt wiert tot dinghen die op natte Kalck, of in Fresco moeten Geschildert worden, in welck Schilderen sy haer door soodanige Teyckeninghen best konden verseeckeren.

Quotation

Van de Stelling der Beelden volgens de Natuurlijke en toevallige stand der beweging in allerhande Doening.
Laat ons van de Tronie-stelling in ’t bysonder tot een ander voornaam en algemeen Deel der Mensch-kunde over gaan; Namelijk tot de Teykenkonstige stelling van de bewegende Stand der Werkende Mensch-beelden; En daar ontrent aanwijsen hoedanig de Beelden onder sekere Linie van Bestuur en Gewigt, en Tegen-wigt allerhande Doeningen en Actien van Staan, Gaan, Loopen, Torssen, Dragen, Werpen, als anders, welvoegsaam en Natuurlijk, sonder daar heen te vallen, of onmogelijkheyd in haar Doening te vertoonen, verrigten konnen: Op dat den Teykenaar en Schilder die sigh daar in wel afgerigt bevind, het Middel mogt in de Hand hebben, om sijn Beelden in allerhande voorval en Verkiesing, tot het Oogmerk van sijn voorgesteld bedrijf, soodanig te bepalen, datse noit tegen de Teykenkundige Trek, noch tegen de mogelijkheyd der Doening, ten opsigt van ’t Maaxel en samen-stel der Leden aanloopen. En gelijk dit een van de gewigtigste Hoofd-stukken der Schilder-Konst is, soo heeft het ook alle Groote en Verstandige Meesters niet alleen ter Herten gegaan, sig hier in wijselijk te dragen, maar veele hebben ook met alle vlijd hun Leerlingen geduurig vermaand daar op nauw agt te geven: En dat wel soo veel te meer alsse sigh ontblood vonden van de Onderwijsingen in de Boeken, en Voor-beelden.
Karel van Mander die beter Schrijver en Prater dan Schilder is geweest, seyde in sijnen tijd dat het te wenschen waar, datter van ymand een Onderwijsing aangaande de stelling der Beelden, volgs de Werkende Verkiesingh der Actien, en d’uytdrukking der Herts-togten, ontworpen wierde: En seyd hy, ik soude sulx geerne selfs gedaan hebben, in dien ik my daar bequaam toe gevonden had.

Quotation

And what higher Expectations can we derive from a Portrait, or Profile of a Face drawn from the Shadow upon a Wall ; or when we find Gyges, whom Pliny sometime calls the first Painter, born in Lydia, which, as he says, was Tuscania, went into Egypt, found out the ART there, and all his Skill arrived only to some competency of Design, probably with a Coal, or some such coarse Material. From which Sort of Picture they advanced not much further, ‘till some competent Time after, came Polignotus, the first that painted Encaustice, or by Fire ; which was not enameling on Gold, but with hot glowing Irons, to draw, or cast their Design into Wood, or Ivory, and possibly to finish with some slight Shadowing within ; for before that, as Carel van Mander, in his Lives of the Painters observes, the First Pictures were only drawn, and consisted of Out-Lines only, and therefore called Linearis Pictura.

Quotation

Van de Stelling der Beelden volgens de Natuurlijke en toevallige stand der beweging in allerhande Doening.
Laat ons van de Tronie-stelling in ’t bysonder tot een ander voornaam en algemeen Deel der Mensch-kunde over gaan; Namelijk tot de Teykenkonstige stelling van de bewegende Stand der Werkende Mensch-beelden; En daar ontrent aanwijsen hoedanig de Beelden onder sekere Linie van Bestuur en Gewigt, en Tegen-wigt allerhande Doeningen en Actien van Staan, Gaan, Loopen, Torssen, Dragen, Werpen, als anders, welvoegsaam en Natuurlijk, sonder daar heen te vallen, of onmogelijkheyd in haar Doening te vertoonen, verrigten konnen: Op dat den Teykenaar en Schilder die sigh daar in wel afgerigt bevind, het Middel mogt in de Hand hebben, om sijn Beelden in allerhande voorval en Verkiesing, tot het Oogmerk van sijn voorgesteld bedrijf, soodanig te bepalen, datse noit tegen de Teykenkundige Trek, noch tegen de mogelijkheyd der Doening, ten opsigt van ’t Maaxel en samen-stel der Leden aanloopen. En gelijk dit een van de gewigtigste Hoofd-stukken der Schilder-Konst is, soo heeft het ook alle Groote en Verstandige Meesters niet alleen ter Herten gegaan, sig hier in wijselijk te dragen, maar veele hebben ook met alle vlijd hun Leerlingen geduurig vermaand daar op nauw agt te geven: En dat wel soo veel te meer alsse sigh ontblood vonden van de Onderwijsingen in de Boeken, en Voor-beelden.
Karel van Mander die beter Schrijver en Prater dan Schilder is geweest, seyde in sijnen tijd dat het te wenschen waar, datter van ymand een Onderwijsing aangaande de stelling der Beelden, volgs de Werkende Verkiesingh der Actien, en d’uytdrukking der Herts-togten, ontworpen wierde: En seyd hy, ik soude sulx geerne selfs gedaan hebben, in dien ik my daar bequaam toe gevonden had.

Quotation

{Hoedanig d’Oude hare Teykeningen op groote Cartonnen plaghten te maecken.} Andere en oock de meeste part onder de Oude, pleeghden in plaets van hunne Ordinantien in ’t kleyn te Teyckenen, Teyckeninghen op Cartonnen, of Papieren aen een gheplackt, soo groot als hunne stucken wesen souden, gansch uytvoerigh te Teyckenen, ghelijck wy doorgaens in ’t leven der Schilders by Carel Vermander beschreven, konnen afnemen, van welcke Cartonnen oock eenige soo hier en daer, by stucken en brocken ghevonden worden: Doch moetmen weten dat dese manniere meest gebruyckt wiert tot dinghen die op natte Kalck, of in Fresco moeten Geschildert worden, in welck Schilderen sy haer door soodanige Teyckeninghen best konden verseeckeren.

Quotation

Van de Stelling der Beelden volgens de Natuurlijke en toevallige stand der beweging in allerhande Doening.
Laat ons van de Tronie-stelling in ’t bysonder tot een ander voornaam en algemeen Deel der Mensch-kunde over gaan; Namelijk tot de Teykenkonstige stelling van de bewegende Stand der Werkende Mensch-beelden; En daar ontrent aanwijsen hoedanig de Beelden onder sekere Linie van Bestuur en Gewigt, en Tegen-wigt allerhande Doeningen en Actien van Staan, Gaan, Loopen, Torssen, Dragen, Werpen, als anders, welvoegsaam en Natuurlijk, sonder daar heen te vallen, of onmogelijkheyd in haar Doening te vertoonen, verrigten konnen: Op dat den Teykenaar en Schilder die sigh daar in wel afgerigt bevind, het Middel mogt in de Hand hebben, om sijn Beelden in allerhande voorval en Verkiesing, tot het Oogmerk van sijn voorgesteld bedrijf, soodanig te bepalen, datse noit tegen de Teykenkundige Trek, noch tegen de mogelijkheyd der Doening, ten opsigt van ’t Maaxel en samen-stel der Leden aanloopen. En gelijk dit een van de gewigtigste Hoofd-stukken der Schilder-Konst is, soo heeft het ook alle Groote en Verstandige Meesters niet alleen ter Herten gegaan, sig hier in wijselijk te dragen, maar veele hebben ook met alle vlijd hun Leerlingen geduurig vermaand daar op nauw agt te geven: En dat wel soo veel te meer alsse sigh ontblood vonden van de Onderwijsingen in de Boeken, en Voor-beelden.
Karel van Mander die beter Schrijver en Prater dan Schilder is geweest, seyde in sijnen tijd dat het te wenschen waar, datter van ymand een Onderwijsing aangaande de stelling der Beelden, volgs de Werkende Verkiesingh der Actien, en d’uytdrukking der Herts-togten, ontworpen wierde: En seyd hy, ik soude sulx geerne selfs gedaan hebben, in dien ik my daar bequaam toe gevonden had.

Quotation

Van de Stelling der Beelden volgens de Natuurlijke en toevallige stand der beweging in allerhande Doening.
Laat ons van de Tronie-stelling in ’t bysonder tot een ander voornaam en algemeen Deel der Mensch-kunde over gaan; Namelijk tot de Teykenkonstige stelling van de bewegende Stand der Werkende Mensch-beelden; En daar ontrent aanwijsen hoedanig de Beelden onder sekere Linie van Bestuur en Gewigt, en Tegen-wigt allerhande Doeningen en Actien van Staan, Gaan, Loopen, Torssen, Dragen, Werpen, als anders, welvoegsaam en Natuurlijk, sonder daar heen te vallen, of onmogelijkheyd in haar Doening te vertoonen, verrigten konnen: Op dat den Teykenaar en Schilder die sigh daar in wel afgerigt bevind, het Middel mogt in de Hand hebben, om sijn Beelden in allerhande voorval en Verkiesing, tot het Oogmerk van sijn voorgesteld bedrijf, soodanig te bepalen, datse noit tegen de Teykenkundige Trek, noch tegen de mogelijkheyd der Doening, ten opsigt van ’t Maaxel en samen-stel der Leden aanloopen. En gelijk dit een van de gewigtigste Hoofd-stukken der Schilder-Konst is, soo heeft het ook alle Groote en Verstandige Meesters niet alleen ter Herten gegaan, sig hier in wijselijk te dragen, maar veele hebben ook met alle vlijd hun Leerlingen geduurig vermaand daar op nauw agt te geven: En dat wel soo veel te meer alsse sigh ontblood vonden van de Onderwijsingen in de Boeken, en Voor-beelden.
Karel van Mander die beter Schrijver en Prater dan Schilder is geweest, seyde in sijnen tijd dat het te wenschen waar, datter van ymand een Onderwijsing aangaande de stelling der Beelden, volgs de Werkende Verkiesingh der Actien, en d’uytdrukking der Herts-togten, ontworpen wierde: En seyd hy, ik soude sulx geerne selfs gedaan hebben, in dien ik my daar bequaam toe gevonden had.

Quotation

Doch yemandt soude moghen vragen, of het dan niet geoorloft en is uyt andere Meesters yet te ontleenen? Het welcke ick toe stae dat ja, soude anders regel recht teghen de Leeringhe van C. van Mander strijden in sijn Grontleggingen van de Schilder-Konst, Cap. 1. vers. 46. daer het met reden toe gelaten wert. Maer tis vry wat anders yet te ontleenen om sijn onvolmaecktheyt tot een meerder volmaecktheyt te brenghen, dan dat het is yet, niets deughende te voeghen by het gene dat nu al- reede goet is, want het eenen dient tot loff van den Meester, daer het af-genomen wert: daer de andere slordighe byvoeginge tot puere nadeel van den geene strect daer het by ghevoecht wert. Soo dat hier onderscheyt gemaeckt moet werden van yets af te nemen, of yets by te voegen. […] Te kennen gevende, dat yemandt die yet ontleenen wil, daer soo aerdich mede moet toe gaen, dat hy 't genomen onder het sijne soo soet vloyende weet te voughen, dat het selve niet bemerckt en kan werden […] Seer wel, seyde Michal Agnolo, by dese gheleghentheyt, teghen een Schilder (die hem een by-een-gheraepte Ordonnantie liet sien) Wanneer ick yder Schilder het sijnne weder gaf, soo en souder niet dan een leeg Paneel overich sijn. 

Quotation

And what higher Expectations can we derive from a Portrait, or Profile of a Face drawn from the Shadow upon a Wall ; or when we find Gyges, whom Pliny sometime calls the first Painter, born in Lydia, which, as he says, was Tuscania, went into Egypt, found out the ART there, and all his Skill arrived only to some competency of Design, probably with a Coal, or some such coarse Material. From which Sort of Picture they advanced not much further, ‘till some competent Time after, came Polignotus, the first that painted Encaustice, or by Fire ; which was not enameling on Gold, but with hot glowing Irons, to draw, or cast their Design into Wood, or Ivory, and possibly to finish with some slight Shadowing within ; for before that, as Carel van Mander, in his Lives of the Painters observes, the First Pictures were only drawn, and consisted of Out-Lines only, and therefore called Linearis Pictura.

Quotation

Our poor and needy Life perceiving some casual Things to fall out prosperously, whilst it doth mistake and try, whilst it doth slip, reform and change ; hath out of this same assiduous Reprehension made up small Sciences of ARTS, the which it hath afterwards, by a continual Study, brought to some considerable Degree of Perfection. And therefore Ælian says, so Rude and Imperfect were the first Attemps of this ART, that to avoid the Danger of a Mistake, they were wont constantly to affix to their Works such a clear and discerning Character of distinction, as this is a Horse, an Ox, or a Tree, &c. And what higher Expectations can we derive from a Portrait, or Profile of a Face drawn from the Shadow upon a Wall ; or when we find Gyges, whom Pliny sometime calls the first Painter, born in Lydia, which, as he says, was Tuscania, went into Egypt, found out the ART there, and all his Skill arrived only to some competency of Design, probably with a Coal, or some such coarse Material. From which Sort of Picture they advanced not much further, ‘till some competent Time after, came Polignotus, the first that painted Encaustice, or by Fire ; which was not enameling on Gold, but with hot glowing Irons, to draw, or cast their Design into Wood, or Ivory, and possibly to finish with some slight Shadowing within ; for before that, as Carel van Mander, in his Lives of the Painters observes, the First Pictures were only drawn, and consisted of Out-Lines only, and therefore called Linearis Pictura.
THE next Step they advanced was by the Invention of Cleanthes and Thelephanes, who super-added some Finishing within, and filled their Out-Lines with one Colour, which was only a Piece of Red Potsheard, pounded and fine ground ; First found out, and, as some affirm, us’d by Callias the Athenian.
AND thence, […], they were called
Monocromata ; and to the Assistance of these came Higienontes, Dinias and Charmas, who also made Faces with one Colour only.

Quotation

Van de Stelling der Beelden volgens de Natuurlijke en toevallige stand der beweging in allerhande Doening.
Laat ons van de Tronie-stelling in ’t bysonder tot een ander voornaam en algemeen Deel der Mensch-kunde over gaan; Namelijk tot de Teykenkonstige stelling van de bewegende Stand der Werkende Mensch-beelden; En daar ontrent aanwijsen hoedanig de Beelden onder sekere Linie van Bestuur en Gewigt, en Tegen-wigt allerhande Doeningen en Actien van Staan, Gaan, Loopen, Torssen, Dragen, Werpen, als anders, welvoegsaam en Natuurlijk, sonder daar heen te vallen, of onmogelijkheyd in haar Doening te vertoonen, verrigten konnen: Op dat den Teykenaar en Schilder die sigh daar in wel afgerigt bevind, het Middel mogt in de Hand hebben, om sijn Beelden in allerhande voorval en Verkiesing, tot het Oogmerk van sijn voorgesteld bedrijf, soodanig te bepalen, datse noit tegen de Teykenkundige Trek, noch tegen de mogelijkheyd der Doening, ten opsigt van ’t Maaxel en samen-stel der Leden aanloopen. En gelijk dit een van de gewigtigste Hoofd-stukken der Schilder-Konst is, soo heeft het ook alle Groote en Verstandige Meesters niet alleen ter Herten gegaan, sig hier in wijselijk te dragen, maar veele hebben ook met alle vlijd hun Leerlingen geduurig vermaand daar op nauw agt te geven: En dat wel soo veel te meer alsse sigh ontblood vonden van de Onderwijsingen in de Boeken, en Voor-beelden.
Karel van Mander die beter Schrijver en Prater dan Schilder is geweest, seyde in sijnen tijd dat het te wenschen waar, datter van ymand een Onderwijsing aangaande de stelling der Beelden, volgs de Werkende Verkiesingh der Actien, en d’uytdrukking der Herts-togten, ontworpen wierde: En seyd hy, ik soude sulx geerne selfs gedaan hebben, in dien ik my daar bequaam toe gevonden had.

Quotation

Van de Stelling der Beelden volgens de Natuurlijke en toevallige stand der beweging in allerhande Doening.
Laat ons van de Tronie-stelling in ’t bysonder tot een ander voornaam en algemeen Deel der Mensch-kunde over gaan; Namelijk tot de Teykenkonstige stelling van de bewegende Stand der Werkende Mensch-beelden; En daar ontrent aanwijsen hoedanig de Beelden onder sekere Linie van Bestuur en Gewigt, en Tegen-wigt allerhande Doeningen en Actien van Staan, Gaan, Loopen, Torssen, Dragen, Werpen, als anders, welvoegsaam en Natuurlijk, sonder daar heen te vallen, of onmogelijkheyd in haar Doening te vertoonen, verrigten konnen: Op dat den Teykenaar en Schilder die sigh daar in wel afgerigt bevind, het Middel mogt in de Hand hebben, om sijn Beelden in allerhande voorval en Verkiesing, tot het Oogmerk van sijn voorgesteld bedrijf, soodanig te bepalen, datse noit tegen de Teykenkundige Trek, noch tegen de mogelijkheyd der Doening, ten opsigt van ’t Maaxel en samen-stel der Leden aanloopen. En gelijk dit een van de gewigtigste Hoofd-stukken der Schilder-Konst is, soo heeft het ook alle Groote en Verstandige Meesters niet alleen ter Herten gegaan, sig hier in wijselijk te dragen, maar veele hebben ook met alle vlijd hun Leerlingen geduurig vermaand daar op nauw agt te geven: En dat wel soo veel te meer alsse sigh ontblood vonden van de Onderwijsingen in de Boeken, en Voor-beelden.
Karel van Mander die beter Schrijver en Prater dan Schilder is geweest, seyde in sijnen tijd dat het te wenschen waar, datter van ymand een Onderwijsing aangaande de stelling der Beelden, volgs de Werkende Verkiesingh der Actien, en d’uytdrukking der Herts-togten, ontworpen wierde: En seyd hy, ik soude sulx geerne selfs gedaan hebben, in dien ik my daar bequaam toe gevonden had.

Quotation

Belangend nun die Ebenmaß oder Symmetriam des Menschlichen Cörpers/ ist nicht ohne Verwunderung zu betrachten daß […]

Quotation

Van de Stelling der Beelden volgens de Natuurlijke en toevallige stand der beweging in allerhande Doening.
Laat ons van de Tronie-stelling in ’t bysonder tot een ander voornaam en algemeen Deel der Mensch-kunde over gaan; Namelijk tot de Teykenkonstige stelling van de bewegende Stand der Werkende Mensch-beelden; En daar ontrent aanwijsen hoedanig de Beelden onder sekere Linie van Bestuur en Gewigt, en Tegen-wigt allerhande Doeningen en Actien van Staan, Gaan, Loopen, Torssen, Dragen, Werpen, als anders, welvoegsaam en Natuurlijk, sonder daar heen te vallen, of onmogelijkheyd in haar Doening te vertoonen, verrigten konnen: Op dat den Teykenaar en Schilder die sigh daar in wel afgerigt bevind, het Middel mogt in de Hand hebben, om sijn Beelden in allerhande voorval en Verkiesing, tot het Oogmerk van sijn voorgesteld bedrijf, soodanig te bepalen, datse noit tegen de Teykenkundige Trek, noch tegen de mogelijkheyd der Doening, ten opsigt van ’t Maaxel en samen-stel der Leden aanloopen. En gelijk dit een van de gewigtigste Hoofd-stukken der Schilder-Konst is, soo heeft het ook alle Groote en Verstandige Meesters niet alleen ter Herten gegaan, sig hier in wijselijk te dragen, maar veele hebben ook met alle vlijd hun Leerlingen geduurig vermaand daar op nauw agt te geven: En dat wel soo veel te meer alsse sigh ontblood vonden van de Onderwijsingen in de Boeken, en Voor-beelden.
Karel van Mander die beter Schrijver en Prater dan Schilder is geweest, seyde in sijnen tijd dat het te wenschen waar, datter van ymand een Onderwijsing aangaande de stelling der Beelden, volgs de Werkende Verkiesingh der Actien, en d’uytdrukking der Herts-togten, ontworpen wierde: En seyd hy, ik soude sulx geerne selfs gedaan hebben, in dien ik my daar bequaam toe gevonden had.

Quotation

Van de Stelling der Beelden volgens de Natuurlijke en toevallige stand der beweging in allerhande Doening.
Laat ons van de Tronie-stelling in ’t bysonder tot een ander voornaam en algemeen Deel der Mensch-kunde over gaan; Namelijk tot de Teykenkonstige stelling van de bewegende Stand der Werkende Mensch-beelden; En daar ontrent aanwijsen hoedanig de Beelden onder sekere Linie van Bestuur en Gewigt, en Tegen-wigt allerhande Doeningen en Actien van Staan, Gaan, Loopen, Torssen, Dragen, Werpen, als anders, welvoegsaam en Natuurlijk, sonder daar heen te vallen, of onmogelijkheyd in haar Doening te vertoonen, verrigten konnen: Op dat den Teykenaar en Schilder die sigh daar in wel afgerigt bevind, het Middel mogt in de Hand hebben, om sijn Beelden in allerhande voorval en Verkiesing, tot het Oogmerk van sijn voorgesteld bedrijf, soodanig te bepalen, datse noit tegen de Teykenkundige Trek, noch tegen de mogelijkheyd der Doening, ten opsigt van ’t Maaxel en samen-stel der Leden aanloopen. En gelijk dit een van de gewigtigste Hoofd-stukken der Schilder-Konst is, soo heeft het ook alle Groote en Verstandige Meesters niet alleen ter Herten gegaan, sig hier in wijselijk te dragen, maar veele hebben ook met alle vlijd hun Leerlingen geduurig vermaand daar op nauw agt te geven: En dat wel soo veel te meer alsse sigh ontblood vonden van de Onderwijsingen in de Boeken, en Voor-beelden.
Karel van Mander die beter Schrijver en Prater dan Schilder is geweest, seyde in sijnen tijd dat het te wenschen waar, datter van ymand een Onderwijsing aangaande de stelling der Beelden, volgs de Werkende Verkiesingh der Actien, en d’uytdrukking der Herts-togten, ontworpen wierde: En seyd hy, ik soude sulx geerne selfs gedaan hebben, in dien ik my daar bequaam toe gevonden had.

Quotation

Van de Stelling der Beelden volgens de Natuurlijke en toevallige stand der beweging in allerhande Doening.
Laat ons van de Tronie-stelling in ’t bysonder tot een ander voornaam en algemeen Deel der Mensch-kunde over gaan; Namelijk tot de Teykenkonstige stelling van de bewegende Stand der Werkende Mensch-beelden; En daar ontrent aanwijsen hoedanig de Beelden onder sekere Linie van Bestuur en Gewigt, en Tegen-wigt allerhande Doeningen en Actien van Staan, Gaan, Loopen, Torssen, Dragen, Werpen, als anders, welvoegsaam en Natuurlijk, sonder daar heen te vallen, of onmogelijkheyd in haar Doening te vertoonen, verrigten konnen: Op dat den Teykenaar en Schilder die sigh daar in wel afgerigt bevind, het Middel mogt in de Hand hebben, om sijn Beelden in allerhande voorval en Verkiesing, tot het Oogmerk van sijn voorgesteld bedrijf, soodanig te bepalen, datse noit tegen de Teykenkundige Trek, noch tegen de mogelijkheyd der Doening, ten opsigt van ’t Maaxel en samen-stel der Leden aanloopen. En gelijk dit een van de gewigtigste Hoofd-stukken der Schilder-Konst is, soo heeft het ook alle Groote en Verstandige Meesters niet alleen ter Herten gegaan, sig hier in wijselijk te dragen, maar veele hebben ook met alle vlijd hun Leerlingen geduurig vermaand daar op nauw agt te geven: En dat wel soo veel te meer alsse sigh ontblood vonden van de Onderwijsingen in de Boeken, en Voor-beelden.
Karel van Mander die beter Schrijver en Prater dan Schilder is geweest, seyde in sijnen tijd dat het te wenschen waar, datter van ymand een Onderwijsing aangaande de stelling der Beelden, volgs de Werkende Verkiesingh der Actien, en d’uytdrukking der Herts-togten, ontworpen wierde: En seyd hy, ik soude sulx geerne selfs gedaan hebben, in dien ik my daar bequaam toe gevonden had.

Quotation

Vermander zegt, dat eenen Jaques de Bakker tot Antwerpen eerst een vleeschachtige maniere van schilderen in voerde, koloreerende zoo niet met enkel wit, maer verhoogende met een natuerlijke karnatie. Zeker, zijn naemgenoot Jaques de Bakker tot Amsterdam is hem zoo wel in deze prijslijke waerneming naegevolgt, als hy hem in naem is gelijk geweest. Ik zwijge van Rembrant {...} en andere, die dit konstdeel wonderlijk hoog achten. Andere die de steenachtige rootheit vermijden, en van het wit een afkeer hadden, zijn tot een houtachtige
geelheit vervallen, en haere beelden schijnen als schouvegers, met roet bestreeken: [...] het vleesch heeft een veel gebrokener verwe, en speelt in duizent veranderlijkheden binnen 't bestek van zijnen aert.

Quotation

Van de Stelling der Beelden volgens de Natuurlijke en toevallige stand der beweging in allerhande Doening.
Laat ons van de Tronie-stelling in ’t bysonder tot een ander voornaam en algemeen Deel der Mensch-kunde over gaan; Namelijk tot de Teykenkonstige stelling van de bewegende Stand der Werkende Mensch-beelden; En daar ontrent aanwijsen hoedanig de Beelden onder sekere Linie van Bestuur en Gewigt, en Tegen-wigt allerhande Doeningen en Actien van Staan, Gaan, Loopen, Torssen, Dragen, Werpen, als anders, welvoegsaam en Natuurlijk, sonder daar heen te vallen, of onmogelijkheyd in haar Doening te vertoonen, verrigten konnen: Op dat den Teykenaar en Schilder die sigh daar in wel afgerigt bevind, het Middel mogt in de Hand hebben, om sijn Beelden in allerhande voorval en Verkiesing, tot het Oogmerk van sijn voorgesteld bedrijf, soodanig te bepalen, datse noit tegen de Teykenkundige Trek, noch tegen de mogelijkheyd der Doening, ten opsigt van ’t Maaxel en samen-stel der Leden aanloopen. En gelijk dit een van de gewigtigste Hoofd-stukken der Schilder-Konst is, soo heeft het ook alle Groote en Verstandige Meesters niet alleen ter Herten gegaan, sig hier in wijselijk te dragen, maar veele hebben ook met alle vlijd hun Leerlingen geduurig vermaand daar op nauw agt te geven: En dat wel soo veel te meer alsse sigh ontblood vonden van de Onderwijsingen in de Boeken, en Voor-beelden.
Karel van Mander die beter Schrijver en Prater dan Schilder is geweest, seyde in sijnen tijd dat het te wenschen waar, datter van ymand een Onderwijsing aangaande de stelling der Beelden, volgs de Werkende Verkiesingh der Actien, en d’uytdrukking der Herts-togten, ontworpen wierde: En seyd hy, ik soude sulx geerne selfs gedaan hebben, in dien ik my daar bequaam toe gevonden had.

Quotation

Van de Stelling der Beelden volgens de Natuurlijke en toevallige stand der beweging in allerhande Doening.
Laat ons van de Tronie-stelling in ’t bysonder tot een ander voornaam en algemeen Deel der Mensch-kunde over gaan; Namelijk tot de Teykenkonstige stelling van de bewegende Stand der Werkende Mensch-beelden; En daar ontrent aanwijsen hoedanig de Beelden onder sekere Linie van Bestuur en Gewigt, en Tegen-wigt allerhande Doeningen en Actien van Staan, Gaan, Loopen, Torssen, Dragen, Werpen, als anders, welvoegsaam en Natuurlijk, sonder daar heen te vallen, of onmogelijkheyd in haar Doening te vertoonen, verrigten konnen: Op dat den Teykenaar en Schilder die sigh daar in wel afgerigt bevind, het Middel mogt in de Hand hebben, om sijn Beelden in allerhande voorval en Verkiesing, tot het Oogmerk van sijn voorgesteld bedrijf, soodanig te bepalen, datse noit tegen de Teykenkundige Trek, noch tegen de mogelijkheyd der Doening, ten opsigt van ’t Maaxel en samen-stel der Leden aanloopen. En gelijk dit een van de gewigtigste Hoofd-stukken der Schilder-Konst is, soo heeft het ook alle Groote en Verstandige Meesters niet alleen ter Herten gegaan, sig hier in wijselijk te dragen, maar veele hebben ook met alle vlijd hun Leerlingen geduurig vermaand daar op nauw agt te geven: En dat wel soo veel te meer alsse sigh ontblood vonden van de Onderwijsingen in de Boeken, en Voor-beelden.
Karel van Mander die beter Schrijver en Prater dan Schilder is geweest, seyde in sijnen tijd dat het te wenschen waar, datter van ymand een Onderwijsing aangaande de stelling der Beelden, volgs de Werkende Verkiesingh der Actien, en d’uytdrukking der Herts-togten, ontworpen wierde: En seyd hy, ik soude sulx geerne selfs gedaan hebben, in dien ik my daar bequaam toe gevonden had.

Quotation

Doch yemandt soude moghen vragen, of het dan niet geoorloft en is uyt andere Meesters yet te ontleenen? Het welcke ick toe stae dat ja, soude anders regel recht teghen de Leeringhe van C. van Mander strijden in sijn Grontleggingen van de Schilder-Konst, Cap. 1. vers. 46. daer het met reden toe gelaten wert. Maer tis vry wat anders yet te ontleenen om sijn onvolmaecktheyt tot een meerder volmaecktheyt te brenghen, dan dat het is yet, niets deughende te voeghen by het gene dat nu al- reede goet is, want het eenen dient tot loff van den Meester, daer het af-genomen wert: daer de andere slordighe byvoeginge tot puere nadeel van den geene strect daer het by ghevoecht wert. Soo dat hier onderscheyt gemaeckt moet werden van yets af te nemen, of yets by te voegen. […] Te kennen gevende, dat yemandt die yet ontleenen wil, daer soo aerdich mede moet toe gaen, dat hy 't genomen onder het sijne soo soet vloyende weet te voughen, dat het selve niet bemerckt en kan werden […] Seer wel, seyde Michal Agnolo, by dese gheleghentheyt, teghen een Schilder (die hem een by-een-gheraepte Ordonnantie liet sien) Wanneer ick yder Schilder het sijnne weder gaf, soo en souder niet dan een leeg Paneel overich sijn. 

Quotation

Oock heeft den selven Vermander, een uytleggingh op de Metamorphosis of herscheppingh van Ovidius gemaeckt, die mede tot het verstant der Poëtische fabulen dienen konnen, ten eynde men sich daer na in het ordineeren van sijne inventien, niet onverstandigh aenstelle, maer die schicke naer de algemeene uytleggers van dusdanige inventien; ende oock om die by dese of gene voorvallen geestigh ende geleerdelijck toe te passen.

Quotation

{Hoedanig d’Oude hare Teykeningen op groote Cartonnen plaghten te maecken.} Andere en oock de meeste part onder de Oude, pleeghden in plaets van hunne Ordinantien in ’t kleyn te Teyckenen, Teyckeninghen op Cartonnen, of Papieren aen een gheplackt, soo groot als hunne stucken wesen souden, gansch uytvoerigh te Teyckenen, ghelijck wy doorgaens in ’t leven der Schilders by Carel Vermander beschreven, konnen afnemen, van welcke Cartonnen oock eenige soo hier en daer, by stucken en brocken ghevonden worden: Doch moetmen weten dat dese manniere meest gebruyckt wiert tot dinghen die op natte Kalck, of in Fresco moeten Geschildert worden, in welck Schilderen sy haer door soodanige Teyckeninghen best konden verseeckeren.

Quotation

Vermander zegt, dat eenen Jaques de Bakker tot Antwerpen eerst een vleeschachtige maniere van schilderen in voerde, koloreerende zoo niet met enkel wit, maer verhoogende met een natuerlijke karnatie. Zeker, zijn naemgenoot Jaques de Bakker tot Amsterdam is hem zoo wel in deze prijslijke waerneming naegevolgt, als hy hem in naem is gelijk geweest. Ik zwijge van Rembrant {...} en andere, die dit konstdeel wonderlijk hoog achten. Andere die de steenachtige rootheit vermijden, en van het wit een afkeer hadden, zijn tot een houtachtige
geelheit vervallen, en haere beelden schijnen als schouvegers, met roet bestreeken: [...] het vleesch heeft een veel gebrokener verwe, en speelt in duizent veranderlijkheden binnen 't bestek van zijnen aert.

Quotation

Van de Stelling der Beelden volgens de Natuurlijke en toevallige stand der beweging in allerhande Doening.
Laat ons van de Tronie-stelling in ’t bysonder tot een ander voornaam en algemeen Deel der Mensch-kunde over gaan; Namelijk tot de Teykenkonstige stelling van de bewegende Stand der Werkende Mensch-beelden; En daar ontrent aanwijsen hoedanig de Beelden onder sekere Linie van Bestuur en Gewigt, en Tegen-wigt allerhande Doeningen en Actien van Staan, Gaan, Loopen, Torssen, Dragen, Werpen, als anders, welvoegsaam en Natuurlijk, sonder daar heen te vallen, of onmogelijkheyd in haar Doening te vertoonen, verrigten konnen: Op dat den Teykenaar en Schilder die sigh daar in wel afgerigt bevind, het Middel mogt in de Hand hebben, om sijn Beelden in allerhande voorval en Verkiesing, tot het Oogmerk van sijn voorgesteld bedrijf, soodanig te bepalen, datse noit tegen de Teykenkundige Trek, noch tegen de mogelijkheyd der Doening, ten opsigt van ’t Maaxel en samen-stel der Leden aanloopen. En gelijk dit een van de gewigtigste Hoofd-stukken der Schilder-Konst is, soo heeft het ook alle Groote en Verstandige Meesters niet alleen ter Herten gegaan, sig hier in wijselijk te dragen, maar veele hebben ook met alle vlijd hun Leerlingen geduurig vermaand daar op nauw agt te geven: En dat wel soo veel te meer alsse sigh ontblood vonden van de Onderwijsingen in de Boeken, en Voor-beelden.
Karel van Mander die beter Schrijver en Prater dan Schilder is geweest, seyde in sijnen tijd dat het te wenschen waar, datter van ymand een Onderwijsing aangaande de stelling der Beelden, volgs de Werkende Verkiesingh der Actien, en d’uytdrukking der Herts-togten, ontworpen wierde: En seyd hy, ik soude sulx geerne selfs gedaan hebben, in dien ik my daar bequaam toe gevonden had.

Quotation

Our poor and needy Life perceiving some casual Things to fall out prosperously, whilst it doth mistake and try, whilst it doth slip, reform and change ; hath out of this same assiduous Reprehension made up small Sciences of ARTS, the which it hath afterwards, by a continual Study, brought to some considerable Degree of Perfection. And therefore Ælian says, so Rude and Imperfect were the first Attemps of this ART, that to avoid the Danger of a Mistake, they were wont constantly to affix to their Works such a clear and discerning Character of distinction, as this is a Horse, an Ox, or a Tree, &c. And what higher Expectations can we derive from a Portrait, or Profile of a Face drawn from the Shadow upon a Wall ; or when we find Gyges, whom Pliny sometime calls the first Painter, born in Lydia, which, as he says, was Tuscania, went into Egypt, found out the ART there, and all his Skill arrived only to some competency of Design, probably with a Coal, or some such coarse Material. From which Sort of Picture they advanced not much further, ‘till some competent Time after, came Polignotus, the first that painted Encaustice, or by Fire ; which was not enameling on Gold, but with hot glowing Irons, to draw, or cast their Design into Wood, or Ivory, and possibly to finish with some slight Shadowing within ; for before that, as Carel van Mander, in his Lives of the Painters observes, the First Pictures were only drawn, and consisted of Out-Lines only, and therefore called Linearis Pictura.
THE next Step they advanced was by the Invention of Cleanthes and Thelephanes, who super-added some Finishing within, and filled their Out-Lines with one Colour, which was only a Piece of Red Potsheard, pounded and fine ground ; First found out, and, as some affirm, us’d by Callias the Athenian.
AND thence, […], they were called
Monocromata ; and to the Assistance of these came Higienontes, Dinias and Charmas, who also made Faces with one Colour only.

Quotation

And what higher Expectations can we derive from a Portrait, or Profile of a Face drawn from the Shadow upon a Wall ; or when we find Gyges, whom Pliny sometime calls the first Painter, born in Lydia, which, as he says, was Tuscania, went into Egypt, found out the ART there, and all his Skill arrived only to some competency of Design, probably with a Coal, or some such coarse Material. From which Sort of Picture they advanced not much further, ‘till some competent Time after, came Polignotus, the first that painted Encaustice, or by Fire ; which was not enameling on Gold, but with hot glowing Irons, to draw, or cast their Design into Wood, or Ivory, and possibly to finish with some slight Shadowing within ; for before that, as Carel van Mander, in his Lives of the Painters observes, the First Pictures were only drawn, and consisted of Out-Lines only, and therefore called Linearis Pictura.