BOSSE, Abraham ( 1602-1676 )

ISNI:0000000121355423 Getty:500031187

Quotation

Nu is 'er noch een waarneeming die zeer veel tot de volmaaktheid toebrengd: te weeten dat men gemelde Tint op de rondigheid niet te duyster houd; want de vlakke daaging staat zeer deftig en schoon, wanneer men tussen dezelve en de flaauwe schaduw, maar een teeder onderscheid bespeurd. […] Men vind zelf schilders die hen laaten wysmaaken, dat de tweede tint, op de ronding, heel donker wezen moet, daar in de koleur der grond mengende, voor reeden geevende dat dien grooten Mignard ook zo deed, doch dat door my heel ontkend word: 't Is wel waar dat ik eens een kleen boekjen, door den Vermaarden Bossé geschreeven, Le Peintre Converti of den Bekeerden Schilder genaamd, geleezen heb, waar in hy onder anderen grondig meend te bewyzen, dat gemelden Mignard zyn tweede tint op de kant te duyster maakten […]

Quotation

Nu is 'er noch een waarneeming die zeer veel tot de volmaaktheid toebrengd: te weeten dat men gemelde Tint op de rondigheid niet te duyster houd; want de vlakke daaging staat zeer deftig en schoon, wanneer men tussen dezelve en de flaauwe schaduw, maar een teeder onderscheid bespeurd. […] Men vind zelf schilders die hen laaten wysmaaken, dat de tweede tint, op de ronding, heel donker wezen moet, daar in de koleur der grond mengende, voor reeden geevende dat dien grooten Mignard ook zo deed, doch dat door my heel ontkend word: 't Is wel waar dat ik eens een kleen boekjen, door den Vermaarden Bossé geschreeven, Le Peintre Converti of den Bekeerden Schilder genaamd, geleezen heb, waar in hy onder anderen grondig meend te bewyzen, dat gemelden Mignard zyn tweede tint op de kant te duyster maakten […]

Quotation

Weynigh Jaren geleden, heeft A. Bosse, binnen Parijs, heir van een gansch Boeck geschreven, dat oock naderhandt in ’t Hoogh-dutys en Neder-duyts is over gheset; In welck hy aenwijst de gronden te maecken, hoemen dat op de Platen sal strijcken, droogen hart ende swart maecken sal, hoemen de Teycken-naelden sal slijpen, vastsetten, ende op het Koper regeeren sal, op wat wijse het Starck-water gemaeckt ende op het Koper gegoten wordt, ende alle andere noodige handt-grepen die daer toe vereyst werden, dien hy op twee verscheyden wijsen, d’een met eenen harden d’ander met eenen weecken grondt leert: Soo dat hy alles klaerlijck tot het maecken der Druck-Parsse toe, volgens sijn eygen ondervinding, als een nuttighe Wetenschap voor de Liefhebbers der Teycken- en Schilder-Konst, daer in komt aen te wijsen. Gelijck hy selfs oock wegen het voordeel datter de Konst-Oeffeningh door kan verkrijgen, inde Voor-reden van ’t gemelde Boeck komt te seggen, dat het te wenschen waer, dat alle Schilders ende Teyckenaers sich tot dese Wetenschap van ’t Etzen begaven, op dat wy door dat middel meerder fraye Printen mochten bekomen, die wy nu missen moeten.

Quotation

Het plaetsnijden geschiet of in koper met graesyzers, of wel in hout met beytels en mesjes. De
koperplaeten geven d'eerste drukken 't bruinste, maer de houtplaet wort grover in 't afslijten. {Printschildery}.De wijze van met drie hout plaeten te drukken geeft schilderachtige printen. {Tinne plaeten.} Maer Herkules Zegers heeft papieren of doeken, met zachte gronden, van luchten, verschieten, en voorgronden, eerst een verfken gegeven, en daer op de print gedrukt, zeer aerdich en schilderachtich. Durer heeft ook eenige dingen in tin gesneden, 't welk een zeer lichte manier is. {Etsen.} Maer het etssen is veel teykenachtiger, hier toe gebruiktmen verscheide grove en fijne naeldens, en de plaet moet overgront zijn, met mastix, aspalt, en wit was. Maer dewijl dit de plaet bruin maekt, zoo kanmenze met wat lootwit in eywit gemengt overschilderen, en dan in 't koper, als met root op wit, teykenen. Maer die lust tot deeze konst heeft, die leeze A. Bosse, die de zelve met al haer aenkleeven wel naukeurlijk beschreeven heeft [...]

Quotation

Weynigh Jaren geleden, heeft A. Bosse, binnen Parijs, heir van een gansch Boeck geschreven, dat oock naderhandt in ’t Hoogh-dutys en Neder-duyts is over gheset; In welck hy aenwijst de gronden te maecken, hoemen dat op de Platen sal strijcken, droogen hart ende swart maecken sal, hoemen de Teycken-naelden sal slijpen, vastsetten, ende op het Koper regeeren sal, op wat wijse het Starck-water gemaeckt ende op het Koper gegoten wordt, ende alle andere noodige handt-grepen die daer toe vereyst werden, dien hy op twee verscheyden wijsen, d’een met eenen harden d’ander met eenen weecken grondt leert: Soo dat hy alles klaerlijck tot het maecken der Druck-Parsse toe, volgens sijn eygen ondervinding, als een nuttighe Wetenschap voor de Liefhebbers der Teycken- en Schilder-Konst, daer in komt aen te wijsen. Gelijck hy selfs oock wegen het voordeel datter de Konst-Oeffeningh door kan verkrijgen, inde Voor-reden van ’t gemelde Boeck komt te seggen, dat het te wenschen waer, dat alle Schilders ende Teyckenaers sich tot dese Wetenschap van ’t Etzen begaven, op dat wy door dat middel meerder fraye Printen mochten bekomen, die wy nu missen moeten.

Quotation

Nu is 'er noch een waarneeming die zeer veel tot de volmaaktheid toebrengd: te weeten dat men gemelde Tint op de rondigheid niet te duyster houd; want de vlakke daaging staat zeer deftig en schoon, wanneer men tussen dezelve en de flaauwe schaduw, maar een teeder onderscheid bespeurd. […] Men vind zelf schilders die hen laaten wysmaaken, dat de tweede tint, op de ronding, heel donker wezen moet, daar in de koleur der grond mengende, voor reeden geevende dat dien grooten Mignard ook zo deed, doch dat door my heel ontkend word: 't Is wel waar dat ik eens een kleen boekjen, door den Vermaarden Bossé geschreeven, Le Peintre Converti of den Bekeerden Schilder genaamd, geleezen heb, waar in hy onder anderen grondig meend te bewyzen, dat gemelden Mignard zyn tweede tint op de kant te duyster maakten […]

Quotation

Weynigh Jaren geleden, heeft A. Bosse, binnen Parijs, heir van een gansch Boeck geschreven, dat oock naderhandt in ’t Hoogh-dutys en Neder-duyts is over gheset; In welck hy aenwijst de gronden te maecken, hoemen dat op de Platen sal strijcken, droogen hart ende swart maecken sal, hoemen de Teycken-naelden sal slijpen, vastsetten, ende op het Koper regeeren sal, op wat wijse het Starck-water gemaeckt ende op het Koper gegoten wordt, ende alle andere noodige handt-grepen die daer toe vereyst werden, dien hy op twee verscheyden wijsen, d’een met eenen harden d’ander met eenen weecken grondt leert: Soo dat hy alles klaerlijck tot het maecken der Druck-Parsse toe, volgens sijn eygen ondervinding, als een nuttighe Wetenschap voor de Liefhebbers der Teycken- en Schilder-Konst, daer in komt aen te wijsen. Gelijck hy selfs oock wegen het voordeel datter de Konst-Oeffeningh door kan verkrijgen, inde Voor-reden van ’t gemelde Boeck komt te seggen, dat het te wenschen waer, dat alle Schilders ende Teyckenaers sich tot dese Wetenschap van ’t Etzen begaven, op dat wy door dat middel meerder fraye Printen mochten bekomen, die wy nu missen moeten.

Quotation

LE DISCIPLE.
[...]
Premierement je dis, au sujet de dessiner correctement à veuë d’œil d’aprés le naturel, une chose que vous sçavez ne devoir estre contestée, (qui est) que les parties d’un objet élevé ou abaissé au dessus de nostre œil ou horizon, & mesme scituées d’un & d’autre costé d’iceluy, apparoissent à l’œil plus petites, & aussi plus foibles en leur force de couleur, d’où resulte que celuy qui n’a eu aucune instruction ny avis, qu’il ne les faut pas ainsi diminuer, ne manquera pas de les diminuer & affoiblir
, & ainsi faisant, sa coppie ne luy fera pas la mesme vision que son Naturel ou Original ; Qui est ce que l’on pretend qu’elle fasse ; car au contraire elle sera differente, à cause de cette diminution qu’il ne falloit pas faire, puisque n’ayant rien diminué à la coppie, cette diminution se fera de l’œil à elle mesme, ainsi que de l’œil au naturel, qui n’est pas non plus diminué : Mais comme ces particularitez sont amplement expliquées dans le Traité des Leçons de l’Academie fait par Monsieur Bosse, aux Estampes ou Planches, 51. 58. 59. 60. & 61 [ndr : BOSSE Abraham, Traité des pratiques géométrales et perspectives enseignées dans l’Académie Royale et de peinture et de sculpture, Paris, 1665]. Et mesme reconnoistre sur ce que je viens d’avancer, que celuy qui entend dire & qui voit que les objets les plus éloignez de son œil luy apparoissent plus petits, ne tombe encore dans l’erreur de les representer ainsi.

Quotation

Weynigh Jaren geleden, heeft A. Bosse, binnen Parijs, heir van een gansch Boeck geschreven, dat oock naderhandt in ’t Hoogh-dutys en Neder-duyts is over gheset; In welck hy aenwijst de gronden te maecken, hoemen dat op de Platen sal strijcken, droogen hart ende swart maecken sal, hoemen de Teycken-naelden sal slijpen, vastsetten, ende op het Koper regeeren sal, op wat wijse het Starck-water gemaeckt ende op het Koper gegoten wordt, ende alle andere noodige handt-grepen die daer toe vereyst werden, dien hy op twee verscheyden wijsen, d’een met eenen harden d’ander met eenen weecken grondt leert: Soo dat hy alles klaerlijck tot het maecken der Druck-Parsse toe, volgens sijn eygen ondervinding, als een nuttighe Wetenschap voor de Liefhebbers der Teycken- en Schilder-Konst, daer in komt aen te wijsen. Gelijck hy selfs oock wegen het voordeel datter de Konst-Oeffeningh door kan verkrijgen, inde Voor-reden van ’t gemelde Boeck komt te seggen, dat het te wenschen waer, dat alle Schilders ende Teyckenaers sich tot dese Wetenschap van ’t Etzen begaven, op dat wy door dat middel meerder fraye Printen mochten bekomen, die wy nu missen moeten.

Quotation

Weynigh Jaren geleden, heeft A. Bosse, binnen Parijs, heir van een gansch Boeck geschreven, dat oock naderhandt in ’t Hoogh-dutys en Neder-duyts is over gheset; In welck hy aenwijst de gronden te maecken, hoemen dat op de Platen sal strijcken, droogen hart ende swart maecken sal, hoemen de Teycken-naelden sal slijpen, vastsetten, ende op het Koper regeeren sal, op wat wijse het Starck-water gemaeckt ende op het Koper gegoten wordt, ende alle andere noodige handt-grepen die daer toe vereyst werden, dien hy op twee verscheyden wijsen, d’een met eenen harden d’ander met eenen weecken grondt leert: Soo dat hy alles klaerlijck tot het maecken der Druck-Parsse toe, volgens sijn eygen ondervinding, als een nuttighe Wetenschap voor de Liefhebbers der Teycken- en Schilder-Konst, daer in komt aen te wijsen. Gelijck hy selfs oock wegen het voordeel datter de Konst-Oeffeningh door kan verkrijgen, inde Voor-reden van ’t gemelde Boeck komt te seggen, dat het te wenschen waer, dat alle Schilders ende Teyckenaers sich tot dese Wetenschap van ’t Etzen begaven, op dat wy door dat middel meerder fraye Printen mochten bekomen, die wy nu missen moeten.

Quotation

Het plaetsnijden geschiet of in koper met graesyzers, of wel in hout met beytels en mesjes. De
koperplaeten geven d'eerste drukken 't bruinste, maer de houtplaet wort grover in 't afslijten. {Printschildery}.De wijze van met drie hout plaeten te drukken geeft schilderachtige printen. {Tinne plaeten.} Maer Herkules Zegers heeft papieren of doeken, met zachte gronden, van luchten, verschieten, en voorgronden, eerst een verfken gegeven, en daer op de print gedrukt, zeer aerdich en schilderachtich. Durer heeft ook eenige dingen in tin gesneden, 't welk een zeer lichte manier is. {Etsen.} Maer het etssen is veel teykenachtiger, hier toe gebruiktmen verscheide grove en fijne naeldens, en de plaet moet overgront zijn, met mastix, aspalt, en wit was. Maer dewijl dit de plaet bruin maekt, zoo kanmenze met wat lootwit in eywit gemengt overschilderen, en dan in 't koper, als met root op wit, teykenen. Maer die lust tot deeze konst heeft, die leeze A. Bosse, die de zelve met al haer aenkleeven wel naukeurlijk beschreeven heeft [...]

Quotation

Nu is 'er noch een waarneeming die zeer veel tot de volmaaktheid toebrengd: te weeten dat men gemelde Tint op de rondigheid niet te duyster houd; want de vlakke daaging staat zeer deftig en schoon, wanneer men tussen dezelve en de flaauwe schaduw, maar een teeder onderscheid bespeurd. […] Men vind zelf schilders die hen laaten wysmaaken, dat de tweede tint, op de ronding, heel donker wezen moet, daar in de koleur der grond mengende, voor reeden geevende dat dien grooten Mignard ook zo deed, doch dat door my heel ontkend word: 't Is wel waar dat ik eens een kleen boekjen, door den Vermaarden Bossé geschreeven, Le Peintre Converti of den Bekeerden Schilder genaamd, geleezen heb, waar in hy onder anderen grondig meend te bewyzen, dat gemelden Mignard zyn tweede tint op de kant te duyster maakten […]

Quotation

Nu is 'er noch een waarneeming die zeer veel tot de volmaaktheid toebrengd: te weeten dat men gemelde Tint op de rondigheid niet te duyster houd; want de vlakke daaging staat zeer deftig en schoon, wanneer men tussen dezelve en de flaauwe schaduw, maar een teeder onderscheid bespeurd. […] Men vind zelf schilders die hen laaten wysmaaken, dat de tweede tint, op de ronding, heel donker wezen moet, daar in de koleur der grond mengende, voor reeden geevende dat dien grooten Mignard ook zo deed, doch dat door my heel ontkend word: 't Is wel waar dat ik eens een kleen boekjen, door den Vermaarden Bossé geschreeven, Le Peintre Converti of den Bekeerden Schilder genaamd, geleezen heb, waar in hy onder anderen grondig meend te bewyzen, dat gemelden Mignard zyn tweede tint op de kant te duyster maakten […]

Quotation

Nu is 'er noch een waarneeming die zeer veel tot de volmaaktheid toebrengd: te weeten dat men gemelde Tint op de rondigheid niet te duyster houd; want de vlakke daaging staat zeer deftig en schoon, wanneer men tussen dezelve en de flaauwe schaduw, maar een teeder onderscheid bespeurd. […] Men vind zelf schilders die hen laaten wysmaaken, dat de tweede tint, op de ronding, heel donker wezen moet, daar in de koleur der grond mengende, voor reeden geevende dat dien grooten Mignard ook zo deed, doch dat door my heel ontkend word: 't Is wel waar dat ik eens een kleen boekjen, door den Vermaarden Bossé geschreeven, Le Peintre Converti of den Bekeerden Schilder genaamd, geleezen heb, waar in hy onder anderen grondig meend te bewyzen, dat gemelden Mignard zyn tweede tint op de kant te duyster maakten […]

Quotation

Weynigh Jaren geleden, heeft A. Bosse, binnen Parijs, heir van een gansch Boeck geschreven, dat oock naderhandt in ’t Hoogh-dutys en Neder-duyts is over gheset; In welck hy aenwijst de gronden te maecken, hoemen dat op de Platen sal strijcken, droogen hart ende swart maecken sal, hoemen de Teycken-naelden sal slijpen, vastsetten, ende op het Koper regeeren sal, op wat wijse het Starck-water gemaeckt ende op het Koper gegoten wordt, ende alle andere noodige handt-grepen die daer toe vereyst werden, dien hy op twee verscheyden wijsen, d’een met eenen harden d’ander met eenen weecken grondt leert: Soo dat hy alles klaerlijck tot het maecken der Druck-Parsse toe, volgens sijn eygen ondervinding, als een nuttighe Wetenschap voor de Liefhebbers der Teycken- en Schilder-Konst, daer in komt aen te wijsen. Gelijck hy selfs oock wegen het voordeel datter de Konst-Oeffeningh door kan verkrijgen, inde Voor-reden van ’t gemelde Boeck komt te seggen, dat het te wenschen waer, dat alle Schilders ende Teyckenaers sich tot dese Wetenschap van ’t Etzen begaven, op dat wy door dat middel meerder fraye Printen mochten bekomen, die wy nu missen moeten.

Quotation

Weynigh Jaren geleden, heeft A. Bosse, binnen Parijs, heir van een gansch Boeck geschreven, dat oock naderhandt in ’t Hoogh-dutys en Neder-duyts is over gheset; In welck hy aenwijst de gronden te maecken, hoemen dat op de Platen sal strijcken, droogen hart ende swart maecken sal, hoemen de Teycken-naelden sal slijpen, vastsetten, ende op het Koper regeeren sal, op wat wijse het Starck-water gemaeckt ende op het Koper gegoten wordt, ende alle andere noodige handt-grepen die daer toe vereyst werden, dien hy op twee verscheyden wijsen, d’een met eenen harden d’ander met eenen weecken grondt leert: Soo dat hy alles klaerlijck tot het maecken der Druck-Parsse toe, volgens sijn eygen ondervinding, als een nuttighe Wetenschap voor de Liefhebbers der Teycken- en Schilder-Konst, daer in komt aen te wijsen. Gelijck hy selfs oock wegen het voordeel datter de Konst-Oeffeningh door kan verkrijgen, inde Voor-reden van ’t gemelde Boeck komt te seggen, dat het te wenschen waer, dat alle Schilders ende Teyckenaers sich tot dese Wetenschap van ’t Etzen begaven, op dat wy door dat middel meerder fraye Printen mochten bekomen, die wy nu missen moeten.

Quotation

Nu is 'er noch een waarneeming die zeer veel tot de volmaaktheid toebrengd: te weeten dat men gemelde Tint op de rondigheid niet te duyster houd; want de vlakke daaging staat zeer deftig en schoon, wanneer men tussen dezelve en de flaauwe schaduw, maar een teeder onderscheid bespeurd. […] Men vind zelf schilders die hen laaten wysmaaken, dat de tweede tint, op de ronding, heel donker wezen moet, daar in de koleur der grond mengende, voor reeden geevende dat dien grooten Mignard ook zo deed, doch dat door my heel ontkend word: 't Is wel waar dat ik eens een kleen boekjen, door den Vermaarden Bossé geschreeven, Le Peintre Converti of den Bekeerden Schilder genaamd, geleezen heb, waar in hy onder anderen grondig meend te bewyzen, dat gemelden Mignard zyn tweede tint op de kant te duyster maakten […]

Quotation

Nu is 'er noch een waarneeming die zeer veel tot de volmaaktheid toebrengd: te weeten dat men gemelde Tint op de rondigheid niet te duyster houd; want de vlakke daaging staat zeer deftig en schoon, wanneer men tussen dezelve en de flaauwe schaduw, maar een teeder onderscheid bespeurd. […] Men vind zelf schilders die hen laaten wysmaaken, dat de tweede tint, op de ronding, heel donker wezen moet, daar in de koleur der grond mengende, voor reeden geevende dat dien grooten Mignard ook zo deed, doch dat door my heel ontkend word: 't Is wel waar dat ik eens een kleen boekjen, door den Vermaarden Bossé geschreeven, Le Peintre Converti of den Bekeerden Schilder genaamd, geleezen heb, waar in hy onder anderen grondig meend te bewyzen, dat gemelden Mignard zyn tweede tint op de kant te duyster maakten […]

Quotation

Nu is 'er noch een waarneeming die zeer veel tot de volmaaktheid toebrengd: te weeten dat men gemelde Tint op de rondigheid niet te duyster houd; want de vlakke daaging staat zeer deftig en schoon, wanneer men tussen dezelve en de flaauwe schaduw, maar een teeder onderscheid bespeurd. […] Men vind zelf schilders die hen laaten wysmaaken, dat de tweede tint, op de ronding, heel donker wezen moet, daar in de koleur der grond mengende, voor reeden geevende dat dien grooten Mignard ook zo deed, doch dat door my heel ontkend word: 't Is wel waar dat ik eens een kleen boekjen, door den Vermaarden Bossé geschreeven, Le Peintre Converti of den Bekeerden Schilder genaamd, geleezen heb, waar in hy onder anderen grondig meend te bewyzen, dat gemelden Mignard zyn tweede tint op de kant te duyster maakten […]

Quotation

LE DISCIPLE.
[...]
Premierement je dis, au sujet de dessiner correctement à veuë d’œil d’aprés le naturel, une chose que vous sçavez ne devoir estre contestée, (qui est) que les parties d’un objet élevé ou abaissé au dessus de nostre œil ou horizon, & mesme scituées d’un & d’autre costé d’iceluy, apparoissent à l’œil plus petites, & aussi plus foibles en leur force de couleur, d’où resulte que celuy qui n’a eu aucune instruction ny avis, qu’il ne les faut pas ainsi diminuer, ne manquera pas de les diminuer & affoiblir
, & ainsi faisant, sa coppie ne luy fera pas la mesme vision que son Naturel ou Original ; Qui est ce que l’on pretend qu’elle fasse ; car au contraire elle sera differente, à cause de cette diminution qu’il ne falloit pas faire, puisque n’ayant rien diminué à la coppie, cette diminution se fera de l’œil à elle mesme, ainsi que de l’œil au naturel, qui n’est pas non plus diminué : Mais comme ces particularitez sont amplement expliquées dans le Traité des Leçons de l’Academie fait par Monsieur Bosse, aux Estampes ou Planches, 51. 58. 59. 60. & 61 [ndr : BOSSE Abraham, Traité des pratiques géométrales et perspectives enseignées dans l’Académie Royale et de peinture et de sculpture, Paris, 1665]. Et mesme reconnoistre sur ce que je viens d’avancer, que celuy qui entend dire & qui voit que les objets les plus éloignez de son œil luy apparoissent plus petits, ne tombe encore dans l’erreur de les representer ainsi.

Quotation

Weynigh Jaren geleden, heeft A. Bosse, binnen Parijs, heir van een gansch Boeck geschreven, dat oock naderhandt in ’t Hoogh-dutys en Neder-duyts is over gheset; In welck hy aenwijst de gronden te maecken, hoemen dat op de Platen sal strijcken, droogen hart ende swart maecken sal, hoemen de Teycken-naelden sal slijpen, vastsetten, ende op het Koper regeeren sal, op wat wijse het Starck-water gemaeckt ende op het Koper gegoten wordt, ende alle andere noodige handt-grepen die daer toe vereyst werden, dien hy op twee verscheyden wijsen, d’een met eenen harden d’ander met eenen weecken grondt leert: Soo dat hy alles klaerlijck tot het maecken der Druck-Parsse toe, volgens sijn eygen ondervinding, als een nuttighe Wetenschap voor de Liefhebbers der Teycken- en Schilder-Konst, daer in komt aen te wijsen. Gelijck hy selfs oock wegen het voordeel datter de Konst-Oeffeningh door kan verkrijgen, inde Voor-reden van ’t gemelde Boeck komt te seggen, dat het te wenschen waer, dat alle Schilders ende Teyckenaers sich tot dese Wetenschap van ’t Etzen begaven, op dat wy door dat middel meerder fraye Printen mochten bekomen, die wy nu missen moeten.

Quotation

Het plaetsnijden geschiet of in koper met graesyzers, of wel in hout met beytels en mesjes. De
koperplaeten geven d'eerste drukken 't bruinste, maer de houtplaet wort grover in 't afslijten. {Printschildery}.De wijze van met drie hout plaeten te drukken geeft schilderachtige printen. {Tinne plaeten.} Maer Herkules Zegers heeft papieren of doeken, met zachte gronden, van luchten, verschieten, en voorgronden, eerst een verfken gegeven, en daer op de print gedrukt, zeer aerdich en schilderachtich. Durer heeft ook eenige dingen in tin gesneden, 't welk een zeer lichte manier is. {Etsen.} Maer het etssen is veel teykenachtiger, hier toe gebruiktmen verscheide grove en fijne naeldens, en de plaet moet overgront zijn, met mastix, aspalt, en wit was. Maer dewijl dit de plaet bruin maekt, zoo kanmenze met wat lootwit in eywit gemengt overschilderen, en dan in 't koper, als met root op wit, teykenen. Maer die lust tot deeze konst heeft, die leeze A. Bosse, die de zelve met al haer aenkleeven wel naukeurlijk beschreeven heeft [...]

Quotation

Nu is 'er noch een waarneeming die zeer veel tot de volmaaktheid toebrengd: te weeten dat men gemelde Tint op de rondigheid niet te duyster houd; want de vlakke daaging staat zeer deftig en schoon, wanneer men tussen dezelve en de flaauwe schaduw, maar een teeder onderscheid bespeurd. […] Men vind zelf schilders die hen laaten wysmaaken, dat de tweede tint, op de ronding, heel donker wezen moet, daar in de koleur der grond mengende, voor reeden geevende dat dien grooten Mignard ook zo deed, doch dat door my heel ontkend word: 't Is wel waar dat ik eens een kleen boekjen, door den Vermaarden Bossé geschreeven, Le Peintre Converti of den Bekeerden Schilder genaamd, geleezen heb, waar in hy onder anderen grondig meend te bewyzen, dat gemelden Mignard zyn tweede tint op de kant te duyster maakten […]