EUPOMPUS ( IVe siècle av. J.-C. )


Peintre de l'Antiquité grecque

Quotation

Nu komen wy tot de dingen die in het Teyckenen na ’t leven te observeren zijn. {’t Leven is overvloedigh.} ’t Is kennelijck dat het Leven, en de Natuere overvloedigh en in allen volmaeckt is, en dienvolgende soo is haer geringhste Heerlijcker om na te volgen dan des besten Meesters Hant-werck; gelijck den Ouden vermaerden Schilder Eupompus, dat eens voor een Lesse gaf aen sijne Descipulen, die nu machtigh waren, om alleen sonder hulp van Bies-bossen te swemmen; dat ons nu hier een spoor moet geven, om soo ras alsmen de maniere van andere haer Konstigen Arbeydt na te Bootsen hebben bekomen, neffens dat, tot het natuerlijck leven selfs te gaen; als zijnde het noodighste van allen. {Opweckingh en nuttigheyt van het leven te volgen.} Hier to isset dat de Leergierige Discipulen malkander gaende moeten maecken, tijdt en gelegentheydt van een bequame plaetse uytkiesen, ende met eenige Borsten een Collegie maken, om een dach ofte twee, ten minsten een ter Weecke na het levendt naeckt te Teyckenen. Want dit een nuttigh en loffelijck ghebruyck heeft, en seer voordeeligh is tot bevorderinge der study; {Collegie verkiesen en tot wat eynde.} het sy dan dat sy dat doen onder het opsicht en onderwijs van een goet Meester, ofte in Collegie onder haer acht of thienen, niet uyt in-sicht van malkanderen door dese by een komste te verleyden, ofte om te rallieren, en den kostelijcken tijdt door te brengen met elkanders Teyckeninghen te beschimpen, maer om d’een den anderen stil en heusselijck op te wecken, en met een neerstigh Exempel voor te gaen; malkanders fouten na de kennis diemen heeft, onder verbeteringh van eens anders Oordeel, beleefdelijck aen te wijsen.

Quotation

Of the Necessity and Definition of Proportion.


It was not without just Cause, that the antient
Græcians (at which time the Art of Painting had fully attained to his Perfection, by the Industry of Timantes, Eusenidas, Aristides, Eupompus, Sicyonias and Pamphilus, the famous Macedonian Painter, and Master of Apelles, who also was the first learned Painter directing his Workes by the Rules of Art, above any of his Predecessors, and well considering that whatsoever was made without measure and proportion, could never carry with it any such congruity as might represent either Beauty or Grace to the judicious beholder) were wont to say, that it was impossible to make any tolerable, much less any Commendable Picture, without the help of Geometry and Arithmetick, wherefore they required the Knowledge thereof, as a thing most necessary, which saying was also approved by Philip Macedo. And surely it is impossible (to omitt the meere Artizans) that he who is ignorant of these two Sciences, should understand the exact measure and proprotion of any probable or true Body, the necessity of which proportions shall be shewed hereafter.

Quotation

Nu komen wy tot de dingen die in het Teyckenen na ’t leven te observeren zijn. {’t Leven is overvloedigh.} ’t Is kennelijck dat het Leven, en de Natuere overvloedigh en in allen volmaeckt is, en dienvolgende soo is haer geringhste Heerlijcker om na te volgen dan des besten Meesters Hant-werck; gelijck den Ouden vermaerden Schilder Eupompus, dat eens voor een Lesse gaf aen sijne Descipulen, die nu machtigh waren, om alleen sonder hulp van Bies-bossen te swemmen; dat ons nu hier een spoor moet geven, om soo ras alsmen de maniere van andere haer Konstigen Arbeydt na te Bootsen hebben bekomen, neffens dat, tot het natuerlijck leven selfs te gaen; als zijnde het noodighste van allen. {Opweckingh en nuttigheyt van het leven te volgen.} Hier to isset dat de Leergierige Discipulen malkander gaende moeten maecken, tijdt en gelegentheydt van een bequame plaetse uytkiesen, ende met eenige Borsten een Collegie maken, om een dach ofte twee, ten minsten een ter Weecke na het levendt naeckt te Teyckenen. Want dit een nuttigh en loffelijck ghebruyck heeft, en seer voordeeligh is tot bevorderinge der study; {Collegie verkiesen en tot wat eynde.} het sy dan dat sy dat doen onder het opsicht en onderwijs van een goet Meester, ofte in Collegie onder haer acht of thienen, niet uyt in-sicht van malkanderen door dese by een komste te verleyden, ofte om te rallieren, en den kostelijcken tijdt door te brengen met elkanders Teyckeninghen te beschimpen, maer om d’een den anderen stil en heusselijck op te wecken, en met een neerstigh Exempel voor te gaen; malkanders fouten na de kennis diemen heeft, onder verbeteringh van eens anders Oordeel, beleefdelijck aen te wijsen.

Quotation

Nu komen wy tot de dingen die in het Teyckenen na ’t leven te observeren zijn. {’t Leven is overvloedigh.} ’t Is kennelijck dat het Leven, en de Natuere overvloedigh en in allen volmaeckt is, en dienvolgende soo is haer geringhste Heerlijcker om na te volgen dan des besten Meesters Hant-werck; gelijck den Ouden vermaerden Schilder Eupompus, dat eens voor een Lesse gaf aen sijne Descipulen, die nu machtigh waren, om alleen sonder hulp van Bies-bossen te swemmen; dat ons nu hier een spoor moet geven, om soo ras alsmen de maniere van andere haer Konstigen Arbeydt na te Bootsen hebben bekomen, neffens dat, tot het natuerlijck leven selfs te gaen; als zijnde het noodighste van allen. {Opweckingh en nuttigheyt van het leven te volgen.} Hier to isset dat de Leergierige Discipulen malkander gaende moeten maecken, tijdt en gelegentheydt van een bequame plaetse uytkiesen, ende met eenige Borsten een Collegie maken, om een dach ofte twee, ten minsten een ter Weecke na het levendt naeckt te Teyckenen. Want dit een nuttigh en loffelijck ghebruyck heeft, en seer voordeeligh is tot bevorderinge der study; {Collegie verkiesen en tot wat eynde.} het sy dan dat sy dat doen onder het opsicht en onderwijs van een goet Meester, ofte in Collegie onder haer acht of thienen, niet uyt in-sicht van malkanderen door dese by een komste te verleyden, ofte om te rallieren, en den kostelijcken tijdt door te brengen met elkanders Teyckeninghen te beschimpen, maer om d’een den anderen stil en heusselijck op te wecken, en met een neerstigh Exempel voor te gaen; malkanders fouten na de kennis diemen heeft, onder verbeteringh van eens anders Oordeel, beleefdelijck aen te wijsen.

Quotation

Nu komen wy tot de dingen die in het Teyckenen na ’t leven te observeren zijn. {’t Leven is overvloedigh.} ’t Is kennelijck dat het Leven, en de Natuere overvloedigh en in allen volmaeckt is, en dienvolgende soo is haer geringhste Heerlijcker om na te volgen dan des besten Meesters Hant-werck; gelijck den Ouden vermaerden Schilder Eupompus, dat eens voor een Lesse gaf aen sijne Descipulen, die nu machtigh waren, om alleen sonder hulp van Bies-bossen te swemmen; dat ons nu hier een spoor moet geven, om soo ras alsmen de maniere van andere haer Konstigen Arbeydt na te Bootsen hebben bekomen, neffens dat, tot het natuerlijck leven selfs te gaen; als zijnde het noodighste van allen. {Opweckingh en nuttigheyt van het leven te volgen.} Hier to isset dat de Leergierige Discipulen malkander gaende moeten maecken, tijdt en gelegentheydt van een bequame plaetse uytkiesen, ende met eenige Borsten een Collegie maken, om een dach ofte twee, ten minsten een ter Weecke na het levendt naeckt te Teyckenen. Want dit een nuttigh en loffelijck ghebruyck heeft, en seer voordeeligh is tot bevorderinge der study; {Collegie verkiesen en tot wat eynde.} het sy dan dat sy dat doen onder het opsicht en onderwijs van een goet Meester, ofte in Collegie onder haer acht of thienen, niet uyt in-sicht van malkanderen door dese by een komste te verleyden, ofte om te rallieren, en den kostelijcken tijdt door te brengen met elkanders Teyckeninghen te beschimpen, maer om d’een den anderen stil en heusselijck op te wecken, en met een neerstigh Exempel voor te gaen; malkanders fouten na de kennis diemen heeft, onder verbeteringh van eens anders Oordeel, beleefdelijck aen te wijsen.

Quotation

Nu komen wy tot de dingen die in het Teyckenen na ’t leven te observeren zijn. {’t Leven is overvloedigh.} ’t Is kennelijck dat het Leven, en de Natuere overvloedigh en in allen volmaeckt is, en dienvolgende soo is haer geringhste Heerlijcker om na te volgen dan des besten Meesters Hant-werck; gelijck den Ouden vermaerden Schilder Eupompus, dat eens voor een Lesse gaf aen sijne Descipulen, die nu machtigh waren, om alleen sonder hulp van Bies-bossen te swemmen; dat ons nu hier een spoor moet geven, om soo ras alsmen de maniere van andere haer Konstigen Arbeydt na te Bootsen hebben bekomen, neffens dat, tot het natuerlijck leven selfs te gaen; als zijnde het noodighste van allen. {Opweckingh en nuttigheyt van het leven te volgen.} Hier to isset dat de Leergierige Discipulen malkander gaende moeten maecken, tijdt en gelegentheydt van een bequame plaetse uytkiesen, ende met eenige Borsten een Collegie maken, om een dach ofte twee, ten minsten een ter Weecke na het levendt naeckt te Teyckenen. Want dit een nuttigh en loffelijck ghebruyck heeft, en seer voordeeligh is tot bevorderinge der study; {Collegie verkiesen en tot wat eynde.} het sy dan dat sy dat doen onder het opsicht en onderwijs van een goet Meester, ofte in Collegie onder haer acht of thienen, niet uyt in-sicht van malkanderen door dese by een komste te verleyden, ofte om te rallieren, en den kostelijcken tijdt door te brengen met elkanders Teyckeninghen te beschimpen, maer om d’een den anderen stil en heusselijck op te wecken, en met een neerstigh Exempel voor te gaen; malkanders fouten na de kennis diemen heeft, onder verbeteringh van eens anders Oordeel, beleefdelijck aen te wijsen.

Quotation

Of the Necessity and Definition of Proportion.


It was not without just Cause, that the antient
Græcians (at which time the Art of Painting had fully attained to his Perfection, by the Industry of Timantes, Eusenidas, Aristides, Eupompus, Sicyonias and Pamphilus, the famous Macedonian Painter, and Master of Apelles, who also was the first learned Painter directing his Workes by the Rules of Art, above any of his Predecessors, and well considering that whatsoever was made without measure and proportion, could never carry with it any such congruity as might represent either Beauty or Grace to the judicious beholder) were wont to say, that it was impossible to make any tolerable, much less any Commendable Picture, without the help of Geometry and Arithmetick, wherefore they required the Knowledge thereof, as a thing most necessary, which saying was also approved by Philip Macedo. And surely it is impossible (to omitt the meere Artizans) that he who is ignorant of these two Sciences, should understand the exact measure and proprotion of any probable or true Body, the necessity of which proportions shall be shewed hereafter.

Quotation

Of the Necessity and Definition of Proportion.


It was not without just Cause, that the antient
Græcians (at which time the Art of Painting had fully attained to his Perfection, by the Industry of Timantes, Eusenidas, Aristides, Eupompus, Sicyonias and Pamphilus, the famous Macedonian Painter, and Master of Apelles, who also was the first learned Painter directing his Workes by the Rules of Art, above any of his Predecessors, and well considering that whatsoever was made without measure and proportion, could never carry with it any such congruity as might represent either Beauty or Grace to the judicious beholder) were wont to say, that it was impossible to make any tolerable, much less any Commendable Picture, without the help of Geometry and Arithmetick, wherefore they required the Knowledge thereof, as a thing most necessary, which saying was also approved by Philip Macedo. And surely it is impossible (to omitt the meere Artizans) that he who is ignorant of these two Sciences, should understand the exact measure and proprotion of any probable or true Body, the necessity of which proportions shall be shewed hereafter.

Quotation

Nu komen wy tot de dingen die in het Teyckenen na ’t leven te observeren zijn. {’t Leven is overvloedigh.} ’t Is kennelijck dat het Leven, en de Natuere overvloedigh en in allen volmaeckt is, en dienvolgende soo is haer geringhste Heerlijcker om na te volgen dan des besten Meesters Hant-werck; gelijck den Ouden vermaerden Schilder Eupompus, dat eens voor een Lesse gaf aen sijne Descipulen, die nu machtigh waren, om alleen sonder hulp van Bies-bossen te swemmen; dat ons nu hier een spoor moet geven, om soo ras alsmen de maniere van andere haer Konstigen Arbeydt na te Bootsen hebben bekomen, neffens dat, tot het natuerlijck leven selfs te gaen; als zijnde het noodighste van allen. {Opweckingh en nuttigheyt van het leven te volgen.} Hier to isset dat de Leergierige Discipulen malkander gaende moeten maecken, tijdt en gelegentheydt van een bequame plaetse uytkiesen, ende met eenige Borsten een Collegie maken, om een dach ofte twee, ten minsten een ter Weecke na het levendt naeckt te Teyckenen. Want dit een nuttigh en loffelijck ghebruyck heeft, en seer voordeeligh is tot bevorderinge der study; {Collegie verkiesen en tot wat eynde.} het sy dan dat sy dat doen onder het opsicht en onderwijs van een goet Meester, ofte in Collegie onder haer acht of thienen, niet uyt in-sicht van malkanderen door dese by een komste te verleyden, ofte om te rallieren, en den kostelijcken tijdt door te brengen met elkanders Teyckeninghen te beschimpen, maer om d’een den anderen stil en heusselijck op te wecken, en met een neerstigh Exempel voor te gaen; malkanders fouten na de kennis diemen heeft, onder verbeteringh van eens anders Oordeel, beleefdelijck aen te wijsen.

Quotation

Nu komen wy tot de dingen die in het Teyckenen na ’t leven te observeren zijn. {’t Leven is overvloedigh.} ’t Is kennelijck dat het Leven, en de Natuere overvloedigh en in allen volmaeckt is, en dienvolgende soo is haer geringhste Heerlijcker om na te volgen dan des besten Meesters Hant-werck; gelijck den Ouden vermaerden Schilder Eupompus, dat eens voor een Lesse gaf aen sijne Descipulen, die nu machtigh waren, om alleen sonder hulp van Bies-bossen te swemmen; dat ons nu hier een spoor moet geven, om soo ras alsmen de maniere van andere haer Konstigen Arbeydt na te Bootsen hebben bekomen, neffens dat, tot het natuerlijck leven selfs te gaen; als zijnde het noodighste van allen. {Opweckingh en nuttigheyt van het leven te volgen.} Hier to isset dat de Leergierige Discipulen malkander gaende moeten maecken, tijdt en gelegentheydt van een bequame plaetse uytkiesen, ende met eenige Borsten een Collegie maken, om een dach ofte twee, ten minsten een ter Weecke na het levendt naeckt te Teyckenen. Want dit een nuttigh en loffelijck ghebruyck heeft, en seer voordeeligh is tot bevorderinge der study; {Collegie verkiesen en tot wat eynde.} het sy dan dat sy dat doen onder het opsicht en onderwijs van een goet Meester, ofte in Collegie onder haer acht of thienen, niet uyt in-sicht van malkanderen door dese by een komste te verleyden, ofte om te rallieren, en den kostelijcken tijdt door te brengen met elkanders Teyckeninghen te beschimpen, maer om d’een den anderen stil en heusselijck op te wecken, en met een neerstigh Exempel voor te gaen; malkanders fouten na de kennis diemen heeft, onder verbeteringh van eens anders Oordeel, beleefdelijck aen te wijsen.

Quotation

Of the Necessity and Definition of Proportion.


It was not without just Cause, that the antient
Græcians (at which time the Art of Painting had fully attained to his Perfection, by the Industry of Timantes, Eusenidas, Aristides, Eupompus, Sicyonias and Pamphilus, the famous Macedonian Painter, and Master of Apelles, who also was the first learned Painter directing his Workes by the Rules of Art, above any of his Predecessors, and well considering that whatsoever was made without measure and proportion, could never carry with it any such congruity as might represent either Beauty or Grace to the judicious beholder) were wont to say, that it was impossible to make any tolerable, much less any Commendable Picture, without the help of Geometry and Arithmetick, wherefore they required the Knowledge thereof, as a thing most necessary, which saying was also approved by Philip Macedo. And surely it is impossible (to omitt the meere Artizans) that he who is ignorant of these two Sciences, should understand the exact measure and proprotion of any probable or true Body, the necessity of which proportions shall be shewed hereafter.